 Hij droeg een donker pak en een stropdas. Hij had zijn snor keurig bijgeknipt, maar hier en daar schoot er een langere haar doorheen. Ik keek ernaar vanaf de achterbank. Toen ik zachtjes indommelde, zag ik elke keer die snorharen voor me.
Ik reed in een ‘kwaliteitstaxi’. Geen radio aan. Geen nicotinedampen. En gewoon rechtstreeks naar huis, zonder omwegen. Toptaxi in een topstad. De gemeente is bezig met een campagne om de Amsterdamse gastvrijheid op te krikken. Sinds vorige week lopen er bijvoorbeeld ook studenten door de stad die de toerist met een glimlach de juiste kant op wijzen. Welcome to Amsterdam. Een charmeoffensief.
Goede initiatieven. Want hoewel er laatst uit onderzoek bleek dat Amsterdam de vriendelijkste bewoners heeft, is het in de horeca, het verkeer en in de tram nog steeds abominabel. Een koffie bestellen, is soms een heel karwei. ‘Ik kom zo bij u.’ Oversteken is een crime en de tram rijdt voor je neus weg, terwijl hij half leeg is. Ook dan denk je: ‘welcome to Amsterdam.’
Mijn taxichauffeur met snor was een verademing. Toen ik bij het restaurant aankwam, sliep ik nog steeds. Hij tikte voorzichtig op mijn schouder. ‘Meneer, we zijn er.’ Vooral dat ‘we’ deed me goed. Alsof we het samen hadden gedaan. Hij wenste me een ‘gezellige’ avond. Ik glimlachte. En toen zei hij: ‘Welkom in Amsterdam, meneer.’ Ik had me eigenlijk zelden zo welkom gevoeld in mijn eigen stad.
Gepost op: 12:14 - 16-04-2008 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (1) |
|
|