|
Aboutaleb. Hij komt van het Marokkaanse platte land. Geen plantje wil er groeien. Je ziet rotsen. Je ziet ezels. Je ziet een dorre vlakte. En je ziet een jonge Ahmed in zijn korte broek staan. Hij draagt dan al een ijzeren montuur bril. Analfabeet is hij. Alleen met zijn moeder (en zijn zussen), de hele familie en wat ezels, ossen en vermagerde geiten branden ze weg in de zon.
Zijn vader werkte toen al als gastarbeider in het verre Holland en stuurt af en toe geld. En een ansichtkaart. Op zijn zestiende verhuist Ahmed naar een flatje in Den Haag. Uit die tijd stamt het verhaal van die winterjas die hij niet kreeg, omdat vader te weinig geld had. ‘Volgend jaar.’ Hij wees naar zijn lege zakken.
Dat is nog eens vechten. Dat is de sociale ladder niet vanaf de grond betreden, maar vanuit de kelder. Ahmed komt letterlijk van heel ver. En dan nu: burgemeester! Geweldig. Het is alleen jammer dat hij Job Cohen niet opvolgt. Want Amsterdam zou hij dienen als een veldheer. Jezus.
Ik heb hem een paar keer mogen spreken. Hij is een bruggenbouwer waar er maar weinig van zijn. Marcouch heeft het een beetje. Maar dat is meer een straatvechter. Over hem zei Aboutaleb een keer tegen mij: hij moet niet zoveel praten. Hij moet nu iets doen. Zijn ogen lachten. Hij is een vader voor Marcouch. Tegen hem zegt hij: volgend jaar heb ik voor jou een jas.
Gepost op: 01:00 - 21-10-2008 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (2) |
|
|