 Bij de grote Vogelaristische multiculturalisten was Marcouch al geen grote held. Hij stigmatiseerde namelijk. Hij was te hard. Hij is een politieagent. Maar nu is hij ook bij een groeiend aantal vrijzinnigen – die hem vroeger op handen droeg – ook niet meer populair. Alleen een middengroep worstelt nog. Die twijfelen nu. Die gaan nu vragen stellen, want ook bij hen kriebelt het. Wat wil hij toch met die islam? Een moslimstadsdeel? Een fundamentalist uitnodigen om hier de gemoederen te bedaren?
Toch raar. In 2006 werd hij ineens burgemeester van het moeilijkste stadsdeel van Amsterdam. Hij zette orde op zaken. Hij was liberaal (dachten wij). Hij wilde integratie. Hij porde mensen op. Hij prikkelde de Marokkaanse gemeenschap. Hij kwam met onorthodoxe methoden. Dat sprak aan. Ook ik liep blindelings achter ‘de nieuwe Aboutaleb’ aan. Sterker nog: deze was beter. Dit was een straatvechter. Een man met een blauw ski-jack met capuchon. Droevige ogen. Klein baardje. Kale knar.
Ook toen al wist ik van de naam Al Qaradawi. De geestelijk leider van de moslimbroeders. Een fundamentalist. Een enge man. Ik sprak er met mijn mede-liefdevollen over. We hielden het er maar op dat het een jeugdzonde was. Hij kreeg het voordeel van de twijfel.Toen ging hij drammen. Over hoofddoekjes voor politieagentes. Over een documentaire over zijn held, Al Qaradawi. Over Koranlessen op een openbare school. Over ruimte geven aan orthodoxe moslims. Over een moslimstadsdeel. De afgelopen weken werd het steeds erger. Een islamitische Jehova-getuige die zijn voet tussen de deur zet. Hier spreekt een evangelist die zijn geloof er koste wat het kost door wil trappen. De scheiding van kerk en staat is voor hem niet eens een streep op de grond. Er bestaat helemaal geen scheiding voor hem. Marcouch is imam en burgemeester tegelijkertijd.
Wij zijn maar liefdevolle roeptoeters. Wij hebben makkelijk praten. Wij hebben geen verantwoordelijkheden. Ik besef dat Wouter, Lodewijk, Job (Cohen) en Lillian (Ploumen) moeilijker kunnen zeggen: ik heb het gehad met Ahmed. Toch is het grote omhelzen wel voorbij, ook bij hen. Het wachten is nu op de eerste die zegt: Kappů nou, Ahmed.
Maar dat duurt nog wel even. Marcouch is namelijk een strateeg. Die mengt zijn berichten. Ik durf te wedden dat hij binnenkort weer met een plan komt dat de vrijzinnigheid hoop moet bieden. Iets met antiradicalisering. Of hij gaat weer in debat met een echte fundamentalist (zoals met Fawaz Djneid bij Pauw en Witteman – dat heeft de vrijzinnigheid goed gedaan)om aan te geven aan welke kant hij staat. Of hij legt een krans bij het homomonument.
Er is lef voor nodig om afstand te nemen van je voormalige knuffelbeer. Dat besef ik. Wouter, Lodewijk en Lillian omarmden de man niet een beetje. Ze keken welhaast verliefd naar de ‘goeroe van Slotervaart’. Hij was hun man. Van zo’n man wilden ze er nog tientallen. Dan is het nu moeilijk om hem af te vallen. En toch. Wellicht dat onze partijleiding toch iets kan doen. Al is het maar een teken dat ze in gesprek zijn met Ahmed. Dat ze hem vertellen dat ze ongelukkig zijn over zijn islamitische gedram. Dat hij de komende maanden het woord moslim niet meer mag gebruiken. Of, dat is wel het minste, dat ze zeggen wat Aboutaleb ooit tegen me zei: “Hij moet niet te veel kletsen – en zeker niet over religie - , hij moet dingen doen.’
Een maand of drie voordat Ella Vogelaar door de partijtop weggebonjourd werd, sprak ik Lillian Ploumen. Ze verdedigde haar minister toen nog. Maar ze trok wel een gezicht van 'Ja. Die Ella. Ja. Eh.' Ik ben erg benieuwd welke boekdelen haar gezicht nu spreekt als we de naam Marcouch noemen.
Gepost op: 13:36 - 14-01-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (22) |
|
|