Opiniestuk dat verschijnt in de 'Socialisme en Democratie', het blad van de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk instituut van de PvdA
Ga, ga, Liliane! Maak ons vrij
Onder het omvangrijke oeuvre van socialistische strijdliederen bevinden zich een aantal pareltjes. Het ‘ Mariannelied’ is qua revolutionair elan onovertroffen. Zeker bij de uitvoering van ‘De Stem des Volks’, wordt de vuist als ware het een automatisme, gebald boven het hoofd geheven. Ook bij deze ‘nieuwerwetse’ sociaaldemocraten.
Ga, ga, Marianne!
voer ons aan,
verlos de maatschappij
van de tirannen
En maak ons vrij!
En maak ons vrij!
Met de notitie ‘Verdeeld verleden, gedeelde toekomst’, toont Liliane (Ploumen) zich een waardige nazaat van Marianne. Notitie en bijbehorende congresresolutie vormen niet minder dan een revolutionaire breuk met dertig jaar denken over integratie binnen de Partij van de Arbeid. Om maar meteen de toon te zetten: wat ons betreft een zeer wenselijke breuk.
In 2004 waagde de partij, daartoe gedwongen door de Fortuyn-revolutie en het electorale echec van mei 2002, al eens een poging om het denken over de belangrijkste sociale kwestie van deze tijd te ordenen. In vijfendertig stellingen wandelde de commissie Patijn onder de energieke titel ‘Aan het werk’ door de wereld van integratie en immigratie. De uitkomst stelde – in ieder geval ons – teleur. In ‘Aan het werk’ stond nog eens neergeschreven wat ‘wij van de Partij van de Arbeid’ eigenlijk altijd al vonden. De ‘discussie’ werd beheerst door de gestaalde multiculturele kaders binnen de partij. Voor zover er al sprake was van discussie.
Door het gebrek aan discussie kwam nooit goed voor het voetlicht, dat de Partij van de Arbeid de traditie van emancipatie en feminisme verloochende. Het patriarchaat en de (islamitische) geestelijkheid werden kritiekloos naar de mond gepraat. De vrijheden van ‘Dolle Mina’ bleken niet te mogen gelden voor ‘Rebelse Fatima’. De clerus beschouwde en zag dat het goed was. In ruil schalde het PvdA-stemadvies uit de (veelal orthodoxe) gebedshuizen. Wij waren ‘goed en aardig’ voor onze nieuwe medelanders. Dat gevoel hielp niet bij het bewaken van een traditie.
In ‘Verdeeld verleden, gedeelde toekomst’ wordt zonder dat er in zoveel woorden staat, de notie van de multiculturele samenleving wel degelijk ter discussie gesteld. De passages over ‘een vitale rechtsstaat’, ‘volwaardig burgerschap’, ‘loyaliteit en nationaliteit’ en ‘emancipatie’ lijken in dit verband overbodige theoretische beschouwingen voor een sociaaldemocratische partij, maar zijn dat gezien de recente geschiedenis natuurlijk geenszins. Die passages zijn noodzakelijk om de breuk met het cultuurrelativisme te markeren. Er worden kernwaarden geformuleerd. De rechtsstaat – en niet Onze Lieve Heer – als ultieme toetssteen. Die rechtsstaat moet bovendien voor allen en door allen worden verdedigd. Er moet wetgeving komen om de ‘dwingende bemoeienis’ van herkomstlanden op hun emigranten en onze immigranten te laten verdwijnen. Het dragen van een burka staat de emancipatie van vrouwen in de weg. Het benadrukken van het positieve van confrontatie. Het breken met de ongeschreven partijregel van de laatste jaren ‘gij zult godsdienst’ niet bekritiseren. Het staat er allemaal. En nog veel meer. In niets aan duidelijkheid te wensen overlatend proza.
Niet langer wordt de schijn opgehouden, dat er in Nederland sprake is – of zou moeten zijn – van wederzijdse culturele beïnvloeding tussen autochtonen en allochtonen. In alles ademt de notitie de sfeer van een aangenaam ‘Hup, Holland, Hup’ en een niet arrogant ‘wij zijn de beste’. En laten we nou ook eens eerlijk zijn: welke verkondiger van het multiculturele ideaal heeft zich in de afgelopen decennia nou echt diepgravend laten beïnvloeden door de cultuur van Anatolië of het Rifgebergte? ‘Verdeeld verleden, gedeelde toekomst’ ontbeert op dit punt eigenlijk slechts het formeel en principieel ten grave dragen van het multiculturalisme. Als grote sta in de weg voor het met trots uitdragen van een aantal zaken, die wij zien als basiswaarden van de Nederlandse samenleving. Vrijheid van meningsuiting. Gelijkheid tussen man en vrouw. Geen verschil in waardering tussen hetero – en homoseksuele relaties. De mogelijkheid om geloofskritiek te uiten. En natuurlijk de scheiding van kerk en staat. De Nederlandse samenleving is multi-etnisch. Divers. Desnoods veelkleurig. Maar niet multicultureel. Daar komen ongelukken van.
De schade lijkt in Nederland nog te repareren. Op een steenworp afstand, in Brussel en Londen, zijn onder de ‘vrolijke’ multiculturele noemer geheel geïslamiseerde wijken ontstaan, met Molenbeke en Finsbury Park als meest afschrikwekkende voorbeelden. Daar tiert het islamisme welig, voor de vrije samenleving een aanmerkelijk groter gevaar dan Wilders en zijn bekrompen nationalisme. De ultieme depersonificatie vindt daar plaats. Kinderen worden niet gezien als kind, maar als moslim. Begrippen als ‘rechtsstaat’, ‘integratie’ en ‘emancipatie’ zijn er wellicht niet onbekend. Maar wel taboe. De partij heeft met ‘Verdeeld verleden, gedeelde toekomst’ het signaal afgegeven, dat dit ons voorland niet mag zijn. Nooit.
Ook positief: nergens in de notitie kom je de zinsnede tegen dat ‘integratie nou eenmaal van twee kanten moet komen’. Natuurlijk wordt het belang van de dialoog tussen verschillende mensen en verschillende bevolkingsgroepen benadrukt. Daar kan ook geen zinnig mens tegen zijn. Maar – en ook dat is nooit de vanzelfsprekendheid geweest die het wel zou moeten zijn – de grootste inspanning om ‘erbij’ te horen, mag van de migrant worden verwacht. Door Ploumen cum suis kan de progressieve mensheid zich niet alleen in de komende jaren weer zonder schuldgevoel aan de cursussen Berber, Turks en Arabisch in het buurthuis onttrekken. Ook zal de gewenste grote(re) inspanning van de migrant zeker gepaard gaan met een verminderd overnemen van verantwoordelijkheden door de overheid. Op termijn een zegen voor de emancipatie van minderheden.
‘Verdeeld verleden, gedeelde toekomst’ schrijft op wat de PvdA vindt. Overigens zonder dat ook maar een moment in plat populisme wordt vervallen. Ook dat is een trendbreuk. Als ‘we’ de afgelopen wonderlijke jaren werden bevraagd op onze mening naar de dracht van de burka of het bestaan van islamitische scholen, dan volgden niet zelden ellenlange betogen over waarom iets niet verboden kon of mocht worden. Het voor politieke partijen toch essentiële waardeoordeel ontbrak geheel. Nu komt het achteraan in het betoog. Wat ons betreft een te weinig prominente plek. Maar het staat er tenminste. De burka is een rem op de emancipatie van de vrouw. Aan het bestaan van islamitische scholen zijn grote nadelen verbonden. Dat weten we dan in ieder geval. De Partij van de Arbeid bekent kleur. En ook nog eens de juiste. De waarachtig sociaaldemocratische. De emancipatoire. De feministische. De solidaire. Solidair namelijk met de emanciperenden.
Ook ten aanzien van een ander ‘pijnpunt’ lijkt de angst over wat het partijkader er wel niet van zal vinden geheel verdwenen. Waar in ‘Aan het werk’ vier jaar geleden nog iedere passage over het toelatingsbeleid ontbrak, spreekt Ploumen zich onomwonden uit tegen het fenomeen van economische vluchtelingen en voor een streng (maar rechtvaardig) migratiebeleid. Dat is hard, noch onbarmhartig. Wel noodzakelijk om de voor de sociaaldemocratie zo belangrijke solidariteit ook in moeilijke economische tijden overeind te houden. In praktijk functioneert dat beleid al lang, met als architect de voormalig Staatssecretaris van Justitie en de huidige burgemeester van Amsterdam, Job Cohen. De impliciete boodschap, namelijk dat de partij dit beleid met trots en overtuiging moet uitdragen in plaats van dat er duikgedrag wordt vertoond, ondersteunen wij van harte. Was het niet Ien Dales die ooit zei dat het lastig soep koken is, als iemand er steeds koud water bijgooit? Restricties op huwelijksmigratie hebben nu al het effect, dat meer Marokkaanse jongeren hun wederhelft niet uit de herkomstlanden halen. Met alle positieve gevolgen voor de inburgering van dien. Denk alleen maar aan de kinderen, die hun schoolcarrière hierdoor niet met een taalachterstand beginnen.
Wij hebben ‘Verdeeld verleden, gedeelde toekomst’ juichend ontvangen. Maar natuurlijk niet kritiekloos. We betreuren het, dat in de notitie geen enkele verantwoording wordt afgelegd voor het weinig glorieuze verleden van de Partij van de Arbeid op de beleidsterreinen integratie en immigratie. Te ruimhartige immigratiemogelijkheden en teveel nadruk op ‘het komt allemaal wel goed met het samenleven tussen de mensen uit alle windstreken’, hebben Nederland schade berokkend. De Partij van de Arbeid is in belangrijke mate – overigens zeker niet als enige partij – verantwoordelijk te houden voor dit beleid. Partijgenoten die jarenlang, tegen de officiële partijlijn in, hun kritisch geluid hebben laten horen, worden niet gerehabiliteerd. Partijgenoten, die hun stellingname vaak met harde verwijten als ‘vissen in troebel water’ of, erger nog, racisme moesten bekopen. De partij is juist deze mensen dank verschuldigd en moet hun dat laten weten. Dat geldt trouwens ook voor mensen buiten de partij die we, om het maar eens voorzichtig te stellen, niet altijd de waardering gaven die ze wel toe kwam. Denk aan Frits Bolkestein. Pim Fortuyn. Ayaan Hirsi Ali.
Soms zou het waardeoordeel wat scherper mogen. Bijvoorbeeld wanneer het over de burka gaat. Die burka staat immers niet alleen, zoals de notitie stelt, de emancipatie in de weg. Het staat voor de meest extreme vorm van seksisme en is de ultieme depersonificatie van de vrouw. In de beschaafde samenleving is het immers niet aan de vrouw om zich zedig te kleden. Wel aan de man om zijn poten thuis te houden.
Het grootste – want meest principiële – bezwaarpunt, betreft het propageren van koranlessen op openbare scholen. We begrijpen de missie van partijgenoot Ahmed Marcouch. Koranscholen, waar [lijstraffen veelvuldig worden gehanteerd], moet de wind uit de zeilen worden genomen. Wij vinden het echter een te groot offer om het openbare karakter van een school te grabbel te gooien, door koranlessen toe te staan. Het liefst zouden wij zien, dat de tere kinderziel binnen het onderwijs niet aan godsdienst wordt blootgesteld. Althans niet op een dwingende manier.
En toch. Wij bekennen ons graag tot leden van ‘Ploumen’s Army’. Het integraal aannemen van deze notitie door het voorjaarscongres in maart 2009 vormt voor ons geen schrikbeeld. Integendeel. Wij kennen echter onze partijtraditie van amenderen. Te vrezen valt, dat bij vele van de geachte afgevaardigden emotie (opnieuw) over de ratio zegeviert. Met argumenten alleen zal de congresresolutie het einde in ieder geval niet ongeschonden halen. Het ‘stuk amenderen’ van de tekst is een reëel risico. Als er ‘voor elk wat wils’ in komt te staan, is de dappere missie van Ploumen mislukt. Dan zijn, om nog eens een passage uit een socialistisch strijdlied aan te halen, oude vormen en gedachten niet gestorven. En zal onze liefde voor de Partij van de Arbeid omslaan in verbittering. Een slechte basis voor het lidmaatschap van een politieke partij.
Marcel Duyvestijn, publicist, Eddy Terstall, filmmaker en Job van Amerongen, politicoloog, zijn liefdevol lid van de Partij van de Arbeid.