Toen ik in De Baarsjes woonde, probeerde ik me een Baarsje te voelen. In Oud-Zuid deed ik mee aan Oud-Zuidse genoeglijkheden. In het Centrum had ik uitzicht over de hele stad. In de discussie over de hoeveelheid stadsdelen fiets ik in gedachten langs de stadsdelen waar ik woonde.
Veertien of zeven stadsdelen? Of iets daar tussenin? De strijd is heftig. Het lijkt echter dat die strijd alleen in de PvdA plaatsvindt. Maar dat is logisch, omdat alle stadsdelen worden gedomineerd door de sociaaldemocraten. Het gaat dus om PvdA-banen. Als de halvering van het aantal stadsdelen doorgaat, is de helft zijn baan kwijt. Dat doet zeer.
Ahmed Marcouch is voorstander van die halvering. Maar hij wil dan ook burgemeester worden van een stadsdeel waarin ‘een moslimgemeenschap tot bloei komt’. Huh? Wil hij een stadsdeel speciaal voor moslims? Waarom spreekt hij sowieso als overheidsdienaar over moslims. Moet hij er niet gewoon zijn voor alle Amsterdammers?
Laat ik het eens omdraaien. Stel dat iemand zou zeggen dat er in Zuid een sterke witte, atheďstische gemeenschap tot bloei komt als OudZuid en Zuideramstel fuseren. Zou diegene daarmee wegkomen?
Terug naar die stadsdelen. Ik heb ooit een lijstje gezien van overleggen tussen stadsdelen. Daar word je horendol van. Oud-wethouder Mark van der Horst noemde het ‘bestuurlijke spaghetti’. Het Amsterdamse vergadercircuit is enorm. En wat levert het op? Weinig. Ik ga dus mee met het advies dat er nu ligt: halveren!