Vandaag stond ik al op de deurmat te vloeken. Daar las ik de Volkskrant. De integratieresolutie wordt aangepast. Zucht. Diepe zucht. Het ligt niet aan Lilliane, aan Jeroen of aan Ahmed (Aboutaleb). Het ligt aan de gemiddelde PvdA’er. Die haalt er weer verhalen bij die op z’n zachtst gezegd diep treurig zijn. Het gaat weer om die verdomde toon.
Het ergste commentaar was van de Bredase afdelingsvoorzitter Wassing: “Geen enkele Nederlandse man geeft nog een jas aan of houdt de deur voor je open. Allochtonen doen dat wel.” Als Geert Wilders het omgekeerd gesteld zou hebben, zou hij van pure discriminatie beschuldigd worden.
De kritiek op de resolutie laat zich in een paar zinnen vangen. Er moet gewezen worden op al die dingen die wel goed gaan. Het is de toon van ‘moeten’. Niet over marginale zaken spreken als de Burka en het handenschudden (Heijnen). En de termen ‘verdraagzaam’ en ‘tolerantie’ worden node gemist.
Zucht. Alweer.
Kan ik het nog aanzien? Bijna niet meer.
Waarom staat er bij al die bijeenkomsten nooit een PvdA’er op die het heeft over de Nederlander die noodgedwongen in een wijk achterblijft en zich niet meer thuis voelt in zijn eigen stad. Waarom staat er niemand op die vertelt dat hij blij is met een PvdA die eindelijk kiest voor verheffing en emancipatie. Die het opneemt voor de emanciperende Fatima en niet voor haar vader die haar het liefst thuis wil houden.
Ben ik wel een PvdA’er? Dat vraag ik me – vroeg op de morgen – met De Volkskrant in de hand – hardop af.
Wil ik in één partij zitten met mensen die cultuurrelativistisch discrimineren, zoals de Bredase afdelingsvoorzitter. Wil ik in één partij zitten met Els Lucas, die Geert Wilders het liefst achter de tralies ziet, maar met geen woord rept over diens tegenstanders die wel met geweld dreigen en ook daartoe overgaan? Wil ik in één partij zitten met een Vogelaar die vindt dat je migranten niet lastig mag vallen met zaken als gelijke rechten voor mannen en vrouwen?
Zucht.
Ik word hier heel verdrietig van. Er zijn heel veel vrijzinnige PvdA’ers die zich in toon en geschrift kunnen vinden in de resolutie. Jeroen, Wouter, Ahmed, Lodewijk, Lillian trekken die kar. Sterke paarden. Maar aan de achterkant van de wagen hangen de Vogelaars die aan de kar hangen en de voeten in het zand steken. Is het al te grof om al die Vogelaars te royeren? Waarschijnlijk. Maar Jezus, ze maken zoveel kapot wat me lief is, met evenzoveel oneigenlijke argumenten dat mijn liefdevolle lidmaatschap weer lusteloos is.
Twee linkjes
Één hoopvol: Van Arne Mosselman. Spijker op de kop
Éentje te triest voor woorden. Ook in De Volkskrant: Wilders dodelijke woorden van Anne-Ruth Wertheim. Dit is zelfs een gevaarlijk stuk. Maar ik wil er eigenlijk geen woorden aan vuil maken, omdat ik vlekken van in mijn nek krijg. Cultuurrelativisme in de puurste vorm. Niet een beetje de oorlog erbij gehaald, maar Wilders is eigenlijk Hitler zelve... Brrr