Hij schreef, zoals elke integratiedeskundige in de partij, in het blad van de Wiardi Beckmanstichting (zaterdag stond zijn stuk ook in NRC Handelsblad). Vroeger las ik hem met gejuich. Ik kreeg soms tranen in mijn ogen. En ook nu schrijft hij mooi. Prachtige woorden over het steunen van emancipatie van vrouwen, homo’s en lesbiennes, over dialoog en debat, over het bestrijden van religieus geweld. Prachtig.
En toch. Ook in dit artikel zit weer veel ‘moeten’ in. We moeten een ‘islampolitiek’ voeren. We moeten de islam ‘welkom’ heten. We moeten ze niet ‘achterstellen’. We moeten de ‘orthodoxen meer ruimte geven’. Meer ‘islamitisch theologische opleidingen’ We moeten ‘discriminerende en opruiende teksten’ vervolgen.
‘We’ is de overheid.
Maar ‘we’ is ook ‘wij’. Jij en ik.
In het begin van zijn betoog staat: De islam is een brok in de keel van de samenleving, een brok waarvan men niet weet of men hem moet uitspuwen of doorslikken.
Marcouch is hier weer de evangelist die langs de deuren gaat. Hij is stadsdeelvoorzitter. En dus een overheidsdienaar. Maar steeds vaker heeft hij het alleen over de islam tegen de rest. Integratie is bij hem vooral het inpassen van zijn geloof. Die brok in onze keel moeten we er doorduwen. Of we het nu willen of niet.
Het lijkt wel of er in zijn visie twee groepen zijn, moslims en niet-moslims. Toen hij in een brief schreef dat hij in Amsterdam-West een ‘stad op zich’ wilde, waar een ‘bloeiende moslimgemeenschap’ kan ontstaan, schrokken veel seculiere PvdA’ers zich het apelazerus. Wonen er in Slotervaart en omstreken ook niet-moslims? Of krijgen die een eigen stadsdeel, een bloeiende atheïstenstaat.
Natuurlijk. Marcouch spreekt ook zijn ‘eigen’ mensen aan. Die moeten zich aanpassen. Die moeten meedoen. Die moeten werken. Allemaal hartstikke goed. Ook dat hij in debat gaat met Fawaz Djneid, een haatbaard van de hoogste categorie, is fantastisch. En dat hij de baan prevaleert boven de baart. Dat is goed.
Integratie gaat over het inpassen van mensen in een bestaande cultuur. Niet over het inpassen van religies. De islam is hier. Dat zien we. Dat weten we. En ze zal hier ook blijven. Ja, die ruimte wordt hun gegarandeerd. En daar sta ik achter. Maar we gaan niet meer ruimte maken dan strikt noodzakelijk. Geloven doe je namelijk thuis. De overheid houdt zich daar verre van.
Sterker nog: 60% van de Nederlanders is ongelovig. Van zijn ‘bloeiende moslimgemeenschap’ gaan maar weinig mensen regelmatig naar de moskee. Zijn die ‘ongelovigen’ ook moslim? Lijkt me niet. Of is iedereen moslim die ooit uit Turkije of Marokko kwam?
Marcouch had veel fans. Ja, zelfs toen al bekend was dat hij Al Qaradawi, de geestelijk leider van de moslimbroederschap – een nog veel engere haatbaard - als zijn herder bestempelde. We wilden het niet zien. Hij zei immers zoveel goede dingen. Hij dramde wel eens over hoofddoekjes voor politieagentes. Maar God, we dachten dat dat tactiek was.
Nu lees ik er doorheen. Als ik Marcouch zie, zie ik ten eerste een moslim. En daarna zie ik pas een overheidsdienaar. Dat zou andersom moeten zijn.