Kom je terug van vakantie, is je huis gekraakt. Dat kan. Kun je je eigen pand dan laten ontruimen? Nee. Dat is namelijk huisvredebreuk. Krakers hebben rechten. Waarom mag Joost weten.
Cohen is des duivels. En terecht. Kraken is in principe diefstal. Zou ik denken. Het is immers jouw eigendom niet, dat huis dat je betrekt. In Nederland is het echter legaal. Je mag het doen. Leg dat maar eens uit aan een buitenlander. Wij zijn het enige land ter wereld waar je een huis mag kraken. En nu mag je er ook in blijven zitten.
Het is zo’n typische juridische slangenkuil, dat kraken. Net als de softdrugs in de coffeeshops en de hoeren achter de ramen. Het is verboden. Maar toch ook weer niet.
Laatst zat ik in De Balie aan het Leidseplein naast een Amsterdamse jongen die zijn buitenlandse gast (type backpacker) uitlegde dat er één woord was dat niet te vertalen was. ‘Gedogen.’ Hij keek er trots bij, als was het een verworvenheid.
Als je ouder wordt, ga je dat woord steeds meer haten. Dan wil je duidelijkheid. Dan krijg je zelf kinderen en kun je moeilijk zeggen: je mag niet tegen de gordijnen plassen, maar ik verbied het je niet.
Als je ouder wordt, heb je lijnen nodig. Wetten. Regels. Houvast. En toch. Soms heb ik ook behoefte om met een prostituee in een kraakpand te blowen. De wet gedoogt het. Mijn vrouw echter niet.