 Afgelopen weekend stond ik in het Olympisch Stadion. Een voetbaltoernooi. Met de belangrijkste mensen van de stad. Te weten: zij die over u beslissen: de ambtenaren en politici van Amsterdam. Hatseflats. Één bom op het stadion en de hoofdstad was onbestuurbaar geworden.
Die bom is gekomen. Althans. Bij mij. Mijn lichaam voelde een dag daarna als een harp die te strak bespannen staat. Als een worst die bekneld zit in zijn eigen vel. Als een Marokkaan zonder brommer. Als een boom zonder schors. Kortom: ik word oud. Ook de zon heb ik rücksichtslos mijn lichaam laten tatoeëren. Mooi rood is niet lelijk. Maar wel als het aanvoelt alsof je net gebarbecued bent.
Enfin. Terug naar het voetbal. Ik zat in het team van de politici. En daar wil iedereen van winnen. Linksom of rechtsom. Harder. Gemener. Het is alsof de ambtenaren wilden zeggen: nu zijn wij de baas. En dat waren ze. Wij verloren kansloos.
Ik heb het weer van dichtbij meegemaakt. Het spijt me te moeten zeggen. Maar onze volksvertegenwoordigers zijn langzaam. Het zijn echte ‘voetbalpolitici’. Beetje zeikerig. Altijd vragen stellend (‘Scheids!’) en ze denken dat ze vreselijk goed zijn, terwijl ze de bal eeuwig heen en weer tikken om maar tot een compromis te komen. Het eindresultaat was bedroevend. Wij scoorden één keer in vijf wedstrijden. Het was dat de doelman zo vreselijk goed was, anders hadden we helemaal onderaan gebungeld. Die doelman was ik.
Gepost op: 09:09 - 23-04-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (1) |
|
|