 Martin Bril. Ik kende hem niet. En toch weer wel. Ik kende hem van de Volkskrant. Elke dag nam hij me mee met zijn woorden – via prachtige zinnen, briljante komma’s, heerlijke witregels – altijd eindigend in een mooie glimlach. Een dag zonder hem voelde als de dood. Koud.
Hij vertelde. Hij wandelde door Amsterdam en dan liep je met hem mee. Over de Nassaukade. Door de Kinkerstraat. Samen met hem knipoog je naar een moslima. Samen met hem zie je een opwaaiend rokje.
Zo simpel. Zo wellevend. Zo is Amsterdam ook. Dat zie je met dit weer. Op de terrassen zitten honderden Brillen. Allemaal kijken ze. Naar de jonge decolletés. Naar de glimmende herenschoenen en naar kokette hondjes met een roze halsband. Amsterdam kijkt, maar Amsterdam schrijft niet.
En dat is dan weer jammer. Amsterdam zwijgt – zoals een dode zwijgt. Ze laat het gebeuren. Je weet niet eens of ze een uitdrukking op haar gezicht heeft. Ja. Zoals Huub van der Lubbe het ooit beschreef: de stad is een hele mooie vrouw. Zo is het. Gracieus, sensueel. En toch. Verder niks. Ze praat niet.
De afgelopen weken was ze op haar mooist. Amsterdam. Als de bloesem op de grond dwarrelt. Als de terrassen zacht babbelend naar de avond wandelen. Als de gracht een lief bootje draagt met twee jong geliefden die al kussend bijna tegen een rondvaartboot varen. Prachtig. Waarom zou je dan spreken? Terwijl zwijgen zoveel mooier is.
Gepost op: 10:54 - 01-05-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (0) |
|
|