Zaterdag ging Pechtold ons zeggen wat hij ging doen. Hij ging inhoud brengen. Eindelijk. Dat beloofde hij in een interview in NRC Handelsblad. Hatseflats. Nou zullen we het krijgen. Maar ook na drie pagina’s kwam er alleen uit dat dit kabinet uit een stel angsthazen bestond en dat hij – als enige – Wilders heeft aangepakt. Sjapo, Alexander. Je bent door naar de volgende ronde. Met je schitterende inhoud.
Dan Mark Rutte. Die had dit weekend zijn VVD congres. Iedereen vindt hem aardig. Gezellig ook. Maar hij zit klem. Tussen D66 (de inhoud) en Wilders. Arme Mark. Het is inderdaad een vreselijk aardige vent. Wij hebben als liefdevollen immers een opiniestuk samen met hem geschreven over vrijheid van meningsuiting. Binnenkort mogen we de VVD uitwerking (in de vorm van een initiatiefwet) komen bewonderen in hun fractiekamer. Liefdevolle leden bij de VVD. Gezellig.
Mark gaat het nu allemaal anders doen. ‘Ik ga weer met mijn armen zwaaien’, zei hij laatst zelfverzekerd. Een kleine zucht. Arme Mark. Klem zitten is één. Zwaaien is iets anders. Boekestein is misschien een naar mannetje, hij had wel een klein beetje gelijk met zijn uitspraak dat Mark helemaal geen ideeën heeft.
Terug naar Pechtold. Die ‘wist het even niet meer’. Die was geregeld geprikkeld richting de journalist. Die zocht naar woorden. Hij wilde toch echt inhoud brengen en zocht in dat interview hongerig naar de ogen van zijn voorlichter – die het ook niet wist.
Ik keek nog eens naar de foto op de voorkant van het NRC magazine. Daar stond Alexander in zijn eigen achtertuin. Op een trampoline. Met zijn sokken. Hij keek wat wezenloos voor zich uit. Hij had net een paar keer gesprongen, kennelijk. En nu rustte hij uit. Hij was leeg. Arme Alexander.
Leeg. De politiek weet het niet meer. Mark niet. Alexander niet. Wouter niet. En Geert weet het waarschijnlijk ook niet. Straks zitten we met zes middelgrote partijen die tussen de 15 en 25 zetels hebben. En dan? Dan weten we het helemaal niet meer.