
Cohen is meer een vader dan een meester. Dat dacht ik, toen ik een interview met hem las in Het Parool. Een meester is streng. De vader heeft daarnaast ook begrip. Hij zal nooit duidelijke lijnen trekken, nooit met de vuist op tafel slaan en altijd alles met nuances omkleden.
Dat maakt Cohen ook wel lief. Zoals hij zorgt voor zijn vrouw die in een rolstoel zit. Zoals hij spreekt. Zoals hij zijn schouders met roos laat bepoederen. Het heeft iets van de vader die zijn zoon oproept ‘toch een beetje je best te doen’. Hij eist het niet. Althans, niet in zijn woorden.
Nog steeds staat hij achter zijn eigen slogan: de boel een beetje bij mekaar houden. Hoewel hij hem soms ook dramatisch omdraait door te zeggen dat we de boel bij mekaar moeten brengen. Dat laatste is meer een opa dan een vader. Opa’s zijn altijd wat harder, wat meer verbitterd.
Als vader voor de burgers is dat een goede slogan. Maar het is niet die van een meester. Die spreekt met de vuist op tafel en vlammende ogen. Die accepteert het niet als mensen niet meedoen. Die nagelt mensen aan de schandpaal als ze het verzieken voor anderen.
In het interview laat hij in het midden of hij zijn hele periode als burgemeester uitdient. Ook daarin is hij wollig: we zullen zien. Dat is de vader. Terwijl de zoon misschien wel vraagt: geef eens duidelijkheid.