|
De droom van Job over Ayaan |
Zomercolumns: Ayaan Hirsi Ali. Laatst zat ik in de tuin van de Wiardi Beckmanstichting. Haar naam viel, omdat ze daar haar carričre begon. Ook Femke Halsema werkte daar. Ja. Allemaal PvdA'ers geweest. Alle twee teleurgesteld afgetaaid. Toch verdomde jammer. Met name Ayaan heeft een debat op de rails gezet - met gevaar voor eigen leven - waar we ons leven lang dankbaar voor mogen zijn.
'Laat Ayaan Amsterdammer worden!'
Het is Valentijnsdag. Ayaan staat er verlegen bij. De Fransen willen haar hebben. Maar zij wil niet. Nog niet. Ze straalt wanhoop uit en kijkt – zoals alleen Ayaan dat kan – een beetje verlegen van onder haar wimpers vandaan. ‘Ik voel me Nederlands.’ Weer kijkt ze de camera in.
Op dat moment hangt Job Cohen op de bank te zappen. Hij zit in z’n Ajaxpyjama en drinkt een slaapmutsje – een rode Campari met ijs. Het is al donker in de ambtswoning als er ineens een lichtje opduikt. Job heeft een idee. Hij glimlacht en trekt direct zijn telefoon uit de holster aan zijn riem
‘Lodewijk?’
‘Ja, Job, zeg het eens.’
‘Ik bel over Ayaan.’
‘Wat is er met haar?’
‘We gaan haar naar Amsterdam halen.’
‘Kost twee miljoen per jaar.’
‘Ja, en?’
‘Niks en.’
‘Ik ga haar nu halen. Hebben wij die wagen waar Aboutaleb in vervoerd werd nog, met die donkere, kogelvrije ramen en die gorilla op de achterbank?’
‘Ik denk het wel.’
Aan Lidy, Cohens vrouw – ook in Ajax-pyjama gehuld – moet Job uitleggen wat hij in dit nachtelijke uur gaat doen. Hij ratelt over Descartes. Over vrijheden. Over de gouden eeuw, toen er tientallen Franse ideeën via Amsterdamse drukkerijen over de wereld verspreid werden. ‘We hebben destijds alle vrijdenkers een stem gegeven. Wij Amsterdammers.’ Hij kijkt ineens blij. Dat is de naam van het de-radicaliseringsplan van de gemeente: Wij Amsterdammers.
En weer gaat er een lichtje aan in het hoofd van Job Cohen. Wij betalen die beveiliging. En in ruil daarvoor gaat Hirsi Ali de wijken in om met mensen te praten. Job ziet een tournee langs alle geweldige moskeeën van Amsterdam. Iedereen zal smelten voor de zachte woorden van de zwarte hinde. Hij – Job Cohen – zal de man zijn die met een onorthodoxe actie de boel definitief bij elkaar houdt. Hij ziet de prijzen die hij zal ontvangen voor zijn moed al voor zich.
Lidy is tevreden. ‘Ga maar, Job.’
‘Wat zal ik aantrekken?’
‘Je cape.’
‘De vrijheidstrijderscape met de drie kruisen op de rug?’
‘Die ja. Laat zien dat Amsterdam open staat voor alle meningen.’ Lidy kust Job op z’n oor. Ze is trots op haar mannetje.
De volgende ochtend horen de mensen aan de Herengracht – ter hoogte van de ambtswoning - paardengetrappel. Een witte schimmel stapt trots door de ochtendmist. Job Cohen zit hoog te paard. Ayaan Hirsi Ali zit – in amazone – achterop. Ze fluistert de burgemeester een bedankje in het oor. Ze frunnikt wat aan zijn ambtsketen en aait de roos van zijn schouders.
Iamsterdam
Wij Amsterdammers.
Marcel Duyvestijn is webbeheerder en columnist voor deze website. Zijn meningen kunnen afwijkend zijn van het officiële partijstandpunt. Deze column verscheen ook in Het Parool van 20 februari 2008
Gepost op: 23:00 - 16-07-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (2) |
|
|