
De homo’s zitten weer in de kast. En de politici komen er weer uit. Langzaam ontwaken ze uit hun lange lome zomerslaap. Heerlijk. Het begint weer. Ze geeuwen nog wat. Ze wrijven de ogen uit en gaan aan de slag.
Ook de burgemeester is weer terug. Hij is op vakantie geweest in Drenthe, ergens bij de Hunnebedden, samen met zijn vrouw Liddy. Hupsekee, met de vouwwagen achter de Peugeott 405, heerlijk een paar weekjes weg. Dat vermoed ik. Cohen is niet iemand die op geile stranden met palmbomen ligt. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.
Weer terug aan de gracht gaat hij direct weer iets gedogen. Staand een biertje drinken, mag niet, maar we zien het door de vingers. Gedogen dus. Mooi woord. Niet te vertalen en helemáál Amsterdams. Maar vooral helemáál Cohen. Eigenlijk zou je het ook Coheniseren noemen.
Coffeeshops? Die cohenniseren we. Mag niet, maar we kijken even de andere kant op. Haatpreken uit een haatmoskee? Cohen doet een belletje en zegt dan tegen de plaatselijk baard: jongens, hou je even in. Verkeersovertredende fietsers? We waarschuwen, maar zegen ook dat het bij Amsterdam hoort.
Coheniseren. Prachtig. Hij kan dat als geen ander. Sussen. Tuitende lippen. La-we-eerst-even-afwachten. Ik heb thuis een videoband waarop de ‘beste Cohenisaties van de afgelopen tien jaar’ staan. Heerlijke beelden.