 Geert Wilders doet niet mee met de verkiezingen. Het ‘lafaard’ is niet van de lucht. En terecht. Kun je een keer wat doen voor je kiezers en dan laat je verstek gaan. Dat is dom. En toch. Hij weet dat hij de regie dan helemaal kwijt is. Als overal van die onervaren PVV-baasjes onzinnige dingen gaan roeptoeteren… tja.
Wel jammer. Ik had het wel willen zien. Als Ahmed Marcouch onder een adept van Wilders moet dienen. Of een stuk of zes PVV’ers in het Zeeburg van Fatima Elatik. In Rotterdam had hij de grootste kunnen worden en had hij een college moeten vormen onder burgemeester Aboutaleb. Maar hij doet niet mee. Hij durft niet. Wat ben je dan voor politicus? Roepen dat je het anders wilt. En als mensen dan op je willen stemmen, loop je weg.
Dit is een cruciaal moment. Mooi moment voor een politicofiel. Had hij wel volop meegedaan, dan zou hij niet acht mensen hoeven aan te sturen. Maar enkele honderden. Dat redt hij niet. Vroeg of laat raak je de regie kwijt.
Echter, nu hij niet meedoet, raakt hij de aandacht kwijt. Natuurlijk zal hij nog wel een paar gekke plannetjes lanceren. Maar wie niet meedoet, krijgt toch minder de spotlights op zich. Wat moet je dan doen? Meedoen of stil blijven zitten. Dat is dubben. Dat is twijfelen. Één ding is zeker: Geert is de baas. En Geert haat het als iets langs hem heen gaat. Als hij de touwtjes uit handen moet geven.
Laatst hoorde ik een verhaal dat dit illustreert. Een medewerker van de PVV kreeg de opdracht om mensen die Geert mailden en hun diensten aanboden te selecteren. Maak maar een mooie stapel met mensen die initiatief willen nemen. De medewerker ging dapper aan de slag. Na een week had hij een flinke stapel. Toen Geert de stapel zag en nog even verifieerde of dit de stapel was van mensen die zelf initiatief nemen, pakte hij de stapel op en mieterde hem in de prullenbak. Dat tekent Geert. Mensen die zelf ook iets willen, daar heeft hij geen moer aan. Hij wil mensen die naar hem luisteren. Of het verhaal waar is, is een tweede. Ik ben geneigd het te geloven. Het past namelijk bij hem.
Naast dit dilemma heeft Geert een tweede probleem. Intellectueel kader. Het roeptoeteren kan niet eeuwig doorgaan. Natuurlijk, hij is het symbool tégen de politiek correcte gevestige orde. Dus in die zin maakt het niet uit wat hij zegt. Elke kleine draai, elke graaiende politicus, elke demoniseerder, levert hem zetels op. Hij zal nu iets inhoudelijks moeten presenteren.
Hij kan de grootste worden. En dan premier worden. Maar dan zal hij moeten leveren. Geert zou het misschien zelf nog kunnen, als premier. Maar dan? Wat zit daar achter? Toegegeven, hij verzamelde een stel, trouwe, vriendelijke en goede Kamerleden om zich heen – die ook steeds meer voor het voetlicht treden. En toch. Ze zijn niet ministeriabel. Barry Madlener is goed. Maar het blijft een makelaar. Martin Bosma is een uitstekende nummer 2. Maar minister? En daarachter. Ze houden allemaal van een beetje rellen. Maar verder? Een leegte die echoot. En dat weet Geert ook wel.
De komende maanden worden dus interessant. Doorradicaliseren is geen optie. Denk ik. Milder worden, zodat hij wat mensen van buiten kan interesseren, is ook niet geloofwaardig. En toch. Geert is al vaker politiek uitgeput verklaard. En elke keer kwam hij snoeihard terug. Daarnaast heeft hij nog een flinke troef in handen: de rechtszaak tegen hem.
Gepost op: 21:23 - 16-08-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (18) |
|
|