|
Liefdesbrief aan een moslima |
 “Inspireer ons weer met verhalen over liefde”, twitter-twatter-twotterde Fatima Elatik. Ze vond dat ik dat vroeger zo mooi deed. Ik ging nadenken. En ja. Schrijven over de liefde. Jezus. Daar was ik goed in. Volgens mij had ik een honderd procent score met mijn liefdesbrieven. Nee. Dat is niet waar. Ik heb één keer een liefdesbrief geschreven aan een moslima.
Ronald Giphart noemde het ooit de hoogste vorm van de letteren. De liefdesbrief. Dat je je woorden zo kiest dat het meisje – in haar meisjeskamer, met posters van John Travolta – jouw brief leest en langzaam week wordt.
Heerlijk.
Hoeveel heb ik er geschreven? Velen. Laat ik maar een keer flink arrogant zijn: Ik was er modderfokking goed in, die brieven. Kamermeisjes. Ontbijtmeisjes. Wethoudermeisjes. Ze deden allemaal hun ogen dicht als ze mijn brief gelezen hadden. Schouwburgmeisjes. Politieke meisjes. En moslima’s.
Ja. Het moslimmeisje. Een jaar of tien geleden. Ik had het meisje met de hoofddoek een brief geschreven, waardoor ze moest huilen. Ze wist niet wat ze moest zeggen. Zulke mooie woorden had ze nog nooit gelezen. En je meent het. Je hebt me geraakt. Je zit diep in me. Ze legde haar hand op haar hart en keek me aan alsof ze ter plekke zou wegdrijven… Maar. Ze liet een stilte vallen. Ik vroeg: wat? Ze zei niks. Ze keek alleen naar boven.
Dat was een nederlaag. Dat ik verloren had van God. Ik was diep doorgedrongen. In haar hart. Maar daar zat al iemand. Verdomme.
Gepost op: 11:17 - 24-08-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (5) |
|
|