 “Ik heb honger.” In lijn 2 zit een jongetje van een jaar of tien naast zijn moeder. Hij krijgt niks te eten omdat het Ramadan is. De moeder lacht. Dit is de bedoeling. “Door de honger komt zuiverheid.” En dus vraagt ze retorisch: voor wie doen we dat?
Ramadan. Het wordt steeds belangrijker. Ook onze burgemeester hecht er waarde aan. “De opkomst van de islam gaat gepaard met spanningen in een samenleving die meer en meer vervreemdt van haar eigen religieuze wortels”, schrijft hij op de website van het Ramadanfestival. Dat klinkt dreigend. Verdikkie. We doen zo raar – lijkt Cohen te zeggen – omdat we niet meer weten wie we zijn, sinds we niets meer aan het geloof doen.
Ik heb ooit een jongen gesproken, die zei: “Ik hoef niet intelligent te zijn. Ik heb mijn boek. Daar staat alles in.” Hij wees naar de Koran. Is het niet handiger als je zelf nadenkt? Hij keek me aan alsof ik gek geworden was. In de Koran staan nogal wat dingen die tegen onze normen en waarden ingaan. Daar wilde hij niet op ingaan. Zijn boek was goed. Basta.
Het hongerige jongetje kijkt inmiddels verbitterd uit het raam. Daar ziet hij een dikke Amerikaan een hamburger verslinden. Hij vraagt aan zijn moeder of die meneer niet fatsoenlijk is. “Het zou goed zijn als iedereen aan de Ramadan zou doen”, antwoordt ze. “Maar dat komt nog wel”, voegt ze er aan toe.
Gepost op: 23:00 - 25-08-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (0) |
|
|