 Nog een keer de liefde. Na 'de brief' kwam ze bij me langs. We gingen naar de film. De moslima zat bij mij op de bank en was van slag. Ik had namelijk kaartjes voor de laatste film (van half elf), maar dat was veel te laat. ‘Dan moet ik allang weer thuis zijn.’ Hoewel ze op zichzelf woonde – wat al een soort revolutie was – kon ze niet zelf uitmaken wanneer en met wie ze iets deed.
De lasagne bleef in de oven staan. We moesten nu namelijk de film van half zeven zien te halen. Bij de taxi’s op het Rembrandtplein werden we herkend. Ik verstond er niets van. Ze legde me later uit dat dat de bedoeling was. Ze was namelijk een ‘hoer’. Ik was toen nog verbaasd en zei verdomme. Ik was de ‘smerige ongelovige’.
En toch.
Who cares. Een paar taxichaufeurende nat-zwart-gekrulde hangjongeren.
De film. Mijn knie raakte de hare. Het was een zielige film, dus toen ze schokschouderde, legde ik mijn hand op haar knie – ter geruststelling: ‘Ik ben er.’ Een traan draalde op haar wang. Ze keek me aan alsof ze wilde zeggen: red me!
Ik ga je redden.
Je begrijpt het niet.
Begrijpen komt later wel.
Prachtig. De liefde hing boven stoel negen en tien van de vijfde rij. Ik kuste haar wat onhandig op haar wang. Eigenlijk in de verwachting dat ze zich om zou draaien en haar volle lippen tegen de mijne zou drukken en iets van ‘Oh, Marcel’ zou uitkreunen. Maar ze deed niets.
En dat maakte niet eens uit. Ik was God. Marcel U Akbar.
Maar ook daar kreeg ik geen reactie op.
Gepost op: 19:28 - 25-08-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (5) |
|
|