
Ahmed Aboutaleb kan communiceren. Luid. Duidelijk. Alleen nu even niet. Hij wordt in het nauw gedreven door Marco Pastors, die terecht doorvraagt hoeveel mensen er nu eigenlijk vastzitten – naar aanleiding van de rellen op het strand van Hoek van Holland. ‘Het zijn er nul’, zei Pastors. ‘Zo moet je dat niet zien’, zei de arme burgemeester. Tjak. Dat is het punt dat veel mensen afhaken.
Het valt me steeds vaker op. Ook rondom de islamitische As Siddique school. Lodewijk Asscher en Sharon Dijksma zijn duidelijk. In taal. En toch. 5% minder subsidie! Jezus. Dat klinkt niet echt daadkrachtig. Zal allemaal best ingewikkeld zijn. En ik heb makkelijk praten. En zij zijn gebonden aan regels en wetten.
Maar je verliest het wel in de publieke arena. En terecht.
Terug naar Aboutaleb. Iemand die ik bewonder. Iemand die na de moord op Theo van Gogh een fantastische rol speelde. Ik hoop dat hij ’s nachts wakker wordt en die tijd herinnert. Wat deed hij toen? Hij liet zijn gevoel spreken. ‘Als het je hier niet bevalt, dan pak je je koffers maar.’ Het was niet politiek correct. Hij zou het in vredestijd nooit gezegd hebben. Maar al zijn woorden kwamen uit zijn tenen. En sneden hout.
Dat moet hij weer doen. Hij moet ‘verdomme’ zeggen. Hij moet met de vuist op tafel slaan. Knallen. ‘Kut, jongens. Dit is knap fout gegaan. De volgende keer gebeurt dit niet meer. Hier wordt een ijzeren vuist op tafel gelegd, kan ik u verzekeren.’
Het gebeurt namelijk te vaak dat er niemand wordt gearresteerd, ondanks alle mooie beloften. Ik kan me nog Ajax-supporters herinneren die het veld opkwamen en Feyenoord-spelers klappen gaven. De camera registreerde alles. De relschoppers waren duidelijk in beeld. Maar hoeveel mensen zijn er opgepakt? Nul.
Hier verliest de gevestigde orde het. Als je niemand arresteert, moet je dat gedwee toegeven en niet zeggen dat ‘nul een relatief getal is’. Dan ben je weg.
Die gevestigde orde kreeg de afgelopen vaker de gele kaart. Vaak terecht. Dat geldt zeker voor mijn eigen partij. Vraag is dan: Ga je nadenken? Besef je dat je duidelijk moet zijn. Dat je niet zomaar wat moet kletsen. Maar toegeven als iets fout gaat. En helder maken hoe het anders moet. Dat is geen populisme. Dat is duidelijkheid geven.