Ze stonden te dansen op tafel, bij de PvdA. Els Iping gaat weg. Of het haar eigen keuze is of dat er dreigementen geuit zijn, is niet duidelijk. Maar de partijtop wilde koste wat het kost van het ‘symbool van de vertrutting’ af. IJswinkels moesten dicht. Te gezellig. Staand drinken was ook te jolig. Logo’s op vlaggen, veel te leuk. Iping is - zoals Theodoor Holman het noemt - de ideale ‘magnieter’. Niets mag.
Alla. Daar is de PvdA dus van af. Roeland Rengelink meldde zich om haar op te volgen. Manon van der Garde schreef een ‘manifestje’ waaruit haar ambitie bleek. Maar nee. Ook zij gaan het niet worden. De partijtop begrijpt dat hier een topper moet komen. Een gezelligerd. Iemand die zuipt. Iemand die leuk is. Een echte Amsterdammer. Mei Li Vos werd gepolst. Maar zij bedankte voor de eer.
En toen. Toen alle PvdA-handen in de haren zaten, viel zijn naam. De verlosser: Robert Herman Oudkerk. Het was even stil in de PvdA-vergaderzaal. Je zag ze denken. Dat is die man met dat verleden. Man van Kutmarokkanen. Man van achterlichtjes. Man van Heleen van Rooyen. Man van hoeren en snoeren.
‘Die is wel héél gezellig.’
Geile Modderfokker. Dat is het.
Toen ze hem belden, zat hij net aan de Campari. Hij lachte. ‘Ik?’ vroeg hij nog een keer. Hij wil burgemeester worden van zijn stad. Maar ‘districtmayor’- zoals Fatima Elatik het zo chique noemt – dat was toch andere koek. Stadsdeelvoorzitter? Dan ben je een soort hulp-Sinterklaas van Cohen.
Hij zei ‘nee’.
Maar na drie Campari’s en een omhelzing van ‘zijn Marieke’ belde hij terug. ‘Ik ga de hele campagne staand drinken.’ Het was zijn manier om ‘ja’ te zeggen. Back in business. Het verleden is het verleden.
Hier is Robbie. Verdomme.