 De neger liep daar neger te zijn. Mooie zwierige bewegingen. Vrolijke neger met veel blingbling. Hij liep over de Herengracht. Ook als hij blank zou zijn, zou hij neger zijn. Dan zou het een blanke neger zijn. Hij droeg een enorm dollarteken om zijn nek. Prachtig. Omdat hij zo zwierig liep, stuiterde die gouden ketting op en neer.
Kon ik een mooier beeld vinden voor de vraag van Wilders: hoeveel kost een migrant? Nee. Probleem was echter, is dit een echte allochtoon? Dan moesten één van zijn ouders in het buitenland geboren zijn. Verdikkie. Die vragen van Wilders zijn altijd zo ingewikkeld. Het gaat hem dan ook niet om de vraag. Maar om het antwoord. De allochtoon kost namelijk geld. En dan is het vervolg interessant. Moeten alle allochtonen die ons meer kosten dan ze opleveren, vertrekken? Dat is wel een hele pragmatische en enge koopmansgeest.
Dat is het vieze smaakje dat aan Wilders’ vragen kleeft. De vraag zelf is namelijk best aardig. Wat kost het nou allemaal? Maar Wilders is niet geïnteresseerd in het antwoord. Hij wil argumenten om mensen uit te zetten.
De neger in kwestie ging zitten op een bankje en bouwde zichzelf een toeter van een joint. Zwaar glimlachend vloog het vuur erin. Hij blies rondjes rook. Het hele beeld was er één van: diepe tevredenheid. Zijn liefde voor het leven gaf mij energie. Gratis energie. Of is zoiets ook door te berekenen?
Deze column verscheen eerder in De Echo
Gepost op: 21:32 - 08-09-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (5) |
|
|