 Even iets geks doen. Ik ga het kabinet verdedigen. Dat ligt vooral aan mijn liefde voor underdogs. Want dat is dit kabinet. De onderhond. Een kabinet met kindjes die geplaagd worden. Die verplicht het klassenboek dragen. Klierende kereltjes Pechtold lopen continu te brullen. Dan krijg je medelijden. Van de weersomstuit ben ik bijna geneigd Balkenende een groot leider te noemen.
Algemene Beschouwingen zijn sowieso ‘zeikmomenten'. Dan staan al die kereltjes klaar in de zeikhouding om de miljoenennota helemaal nat te plassen. Gebrek aan ambitie. Nog beroerder dan gevreesd. Onverantwoord. Dat waren dit jaar de termen. Kereltje Pechtold noemde het zelfs ‘een politieke misdaad'.
Dan jeukt het.
Kereltje Pechtold trekt er ook zo'n pedante kop bij. Hij legt die lieflijk zachte handjes open om aan te geven dat ‘dit kabinet' een stelletje ‘sufkoppen' herbergt. Dat kun je vinden. Maar de inhoudsloze Kereltje Pechtold - die zich alleen profileert als de beschaafde tegenstander van Wilders en zelf niet zo heel veel kan - zal het geen millimeter beter doen. Dat weet je. Als ik Alexander nonchalant met dat lieflijk, zachte handje in zijn pantalon zie staan bij de interruptiemicrofoon ga ik zuchten. Het woord flapdrol komt in me op. Vinexer. Kletsmajoor.
Alexander weet het beter. Altijd. En dan denk je ineens ‘fuk'. Dat heb ik ook. Ik weet het ook altijd beter. Ik sta ook aan de zijlijn. En ik schiet ook vanuit de heup, met één hand in de zak. Ik monkel. Ik mopper. Ik zeur. En ik kan Cruijffiaans wijzen. Jezus. Alexander en ik. Stelletje zeikerds.
Wat een zelfhaat vandaag. Ik zei het vanochtend nog tegen Marieke. Ik zit niet lekker in mijn vel. Ik vind mezelf vandaag een flapdrol. Ik heb duidelijk een Pechtold-dag.
Gepost op: 12:28 - 16-09-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (12) |
|
|