
Toen ik destijds met
mijn Moslima in de bioscoop zat, zaten er ook 'Marokkanen' in de zaal die van alles ‘met ons deelden'. Ze gooiden met popcorn - omdat ze bang waren dat wij zonder zaten. Ze gaven intelligent commentaar - omdat ze bang waren dat wij de film niet snapten. Mijn Moslima kromp ineen. Maar ze werd snel herkend. ‘Vuile hoer'.
Gisteren werd Tuschinski ontruimd. Dat hoort bij het Suikerfeest, begreep ik. Een maand lang niet eten. Dan bidden. En dan de bioscoop slopen. Dat staat kennelijk in de Koran. Daarnaast hebben die mensen een hele andere cultuurbeleving. Die doen mee. Inhaken en meezingen, zeg maar. Die zitten niet anderhalf stil naar een film te kijken.
‘Deze jongens worden zeker gediscrimineerd?' fluisterde ik in haar oor.
De moslima keek me aan. En lachte een droevige lach.
Ook gisteren stonden tientallen Marokkaanse jongeren voor de bioskoopdeur te klagen dat ze er niet in mochten. Discriminatie! Zeker. En toch. Als je portier bent bij een bioscoop en je hebt elke keer problemen met één bepaalde groep. Wat doe je dan?
Mijn moslima was destijds duidelijk. Op de boot zetten. Zelf laten roeien. Terug naar Afrika.
Ze kwam zelf met een voorbeeld van een ondernemer die carports maakte. Hij had allerlei soorten en maten mensen in dienst. Er was echter één groep die er altijd negatief uitsprong. Die tijdens het installeren van zo'n carport bij de mensen inbrak. Die gereedschap jatte. Die zeer onaangenaam tegen klanten was. Hij had het twee jaar geprobeerd. Toen brak er iets. Hij had er geen zin meer in. Hij had in vijf jaar tientallen verhalen van criminele werknemers. Allemaal uit één groep. Die nam hij dus niet meer aan.
Ze keek mij aan met een vraagtekengrijns. Mag dat?
Ik zei niets. Dacht na.
Het feuilleton:
Hier: Liefdesbrief aan de moslima
Hier, deel 2, Nog een keer de Moslima
Hier, deel 3, de dag dat ik moslim werd
Hier, deel 4, de drinkende moslima
Hier, deel 5, God als webcam
Hier, deel 6, Gehoofddoekte string