En toch. Als ik iets over de PvdA schrijf, schrijf ik dan over een naargeestige partij of een kut-partij? Ik neig naar de laatste. Het is ook niet zozeer de kut - het ding. Dat is - volgens Ronald Giphart - een bijeengeschraapt hoopje giros-vlees. Daar heb ik veel respect voor. Het gaat om dat korte woordje. Dat zo lekker explosief kan zijn - het schiet je mond uit, als je je sleutels in het putje laat vallen. Als je nieuwe auto niet wil starten.
Het lucht op.
Het vult gaten.
Daarnaast heb je vieze woorden die mooi zijn. ‘Neuken' bijvoorbeeld. Prachtig woord. Leg hem gewoon even op tafel en kijk er even naar: Neuken. Er was een tijd dat ik voor de PvdA gemeenteraadsfractie werkte en altijd bij de buren van D66 langswipte om uit te zeggen: ‘Ik heb zin om te neuken.'
God. Kinderachtig. Ja. Inderdaad. Maar ik voelde mijn hele lichaam blij worden. Neuken. Dat vind ik een woord om blij van te worden. Sorry. Dat heeft niks met de geslachtsdaad (trouwens ook een mooi woord) te maken. Neuken heeft simpelweg een mooie klank. Neuken heeft iets hautains. Iets deftigs. Iets van adel.
Jezus. Die komt ook vaak langs. Daar heb ik ook wel eens mailtjes over gekregen. Waarom moet de herder altijd genoemd worden? Dan denk ik: het is ook nooit goed. Wordt de Heer genoemd, is het weer niet goed.
Alla. Schuttingtaal. Ik wil geen lezers verliezen, omdat ze een vieze smaak in de mond krijgen. Daarnaast vindt mijn lieve vrouw die rauwe kant ook niet prettig. Beschaving. Daar gaat het om. Maar als ik dat nare woord hoor, dan denk ik weer aan Pechtold. En als ik aan Kereltje Pechtold denk, schieten er allerlei schuttingwoorden door mijn hoofd.
Maar ik ga mijn best doen. Ik kan echter niks beloven. Er floept nu eenmaal af en toe iets uit. Mag ik me daar van tevoren al voor excuseren.