 Ik kon vroeger niet voetballen. Het heeft mijn leven bepaald. De frustratie. De vernedering. Het bukken als de bal langskwam. Als ik eraan denk, voel ik het weer. Dan zie ik mezelf weer zitten, op de bank voor het grote raam. Buiten lachten ze. Mijn vriendjes konden wel voetballen. Ze klopten wel eens op ons raam als ze een keeper nodig hadden. Meer niet.
Ik dacht eraan toen we de locatie van de naschoolse opvang voor Lucas bekeken. Die is in een voetbalkantine. Toen overviel me dat gevoel weer. Daar zaten mannen, bier te drinken. Te praten. Te hangen. Voetbaltas met vieze was naast zich. Sigaret in de hand. Bier aan de lippen. Onmiskenbaar jongens die konden voetballen.
De voetbalkantine van Edo. Dat terwijl Lucas (bijna vier) ook niet kan voetballen. Is misschien wat vroeg om te zeggen. Ik weet het. Maar dat denk ik. Wij hebben thuis vier ballen. Ik rol ze elke dag naar hem toe. Doe het voor (zo goed en zo kwaad als dat gaat). Lach erbij. Maar nee hoor. Geen enkele interesse. De bal rolt langs hem. Hij tilt zijn pop op en zegt dat hij de mamma van die pop is.
Ik vermoed dat Lucas politicus wordt.
Hij kan zich makkelijk in van alles transformeren.
Gepost op: 21:54 - 05-10-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (4) |
|
|