Daar zat ze. De gebroken vrouw met het moeilijke kapsel. Naar buiten toe: ik sta nog recht overeind. Maar in de badkuip in de armen van haar man is ze een dood vogeltje. Ze praten. Zachtjes over de crisis in de club. De naam wordt niet genoemd. Maar hij hangt boven de vlokken sop. De naam van de man met de haren, die hele tempels in laat storten, als hij het wil.
Die man zit zelf ook in een badkuip. Een andere badkuip in een ander deel van het land. Geen schuim, dat zou het milieu maar schaden. Nee. Mooi leeg wateroppervlak waar hij kringetjes in vingert. Heel sereen. Een sereniteit, gevuld met frustratie. Hij denkt. Hij zingt zachtjes. Hij hoort mannen door de straten marcheren. Hij ziet vuisten in de lucht. Hij ziet passie. Maar als hij zijn ogen weer opendoet, ziet hij alleen de koude, witte tegels van zijn eigen badkamer. In de slaapkamer gaat de telefoon. Het zal die oproerkraaier van het denkcentrum wel zijn. Hij sluit zijn ogen.
Overal zitten ze in bad. Allerlei leden van de club badderen. De één spettert luidruchtig. De ander ligt versteend. Ze zuchten. Dat doen ze allemaal. Ze dommelen weg onder een muziekje over ‘ontwaken’. Zachtjes horen ze stemmen over ‘verworpenen der aarde’. Maar niemand staat op. Dat is koud. Alleen de gedachte al, het lichaam bibbert.
Zolang ze in bad zitten, is er niemand.
Wel zo rustig.
Gepost op: 08:28 - 09-10-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (8) |
|
|