Even verderop bij mijn nieuwe huis staan wat hangjongeren. Petje op. Bontkraagje. Handen in de zak. Ik heb ze begroet. Maar wil eigenlijk zoveel meer weten. Wat bezielt ze? Waarom hang je de hele tijd in je bontjas? Is er niets leukers te verzinnen dan je tijd verhangen in een hangjas? Waarom kijk je erbij alsof je drie hersencellen hebt?
Natuurlijk. Ik heb ook wel eens een poging tot het betere hangen gedaan. Ik was zestien en stond bij de plaatselijke bibliotheek over mijn stuur gebogen. Maar dat is nog knap ingewikkeld. Het is niet alleen houding. Het is ook taal. Het is air. Je moet zoveel mogelijk de nietszeggendheid uithangen.
Toen ging het om een meisje. Dat hing daar ook rond. En dus hing ik met haar mee, geheel in haar stijl. Zo hingen we een tijdje zwijgend in het rondt te hangen. Rondhangende liefde. Overigens heb ik nooit zo'n bontjas gehad. Dat is dan wel weer jammer. Gemiste kans.
Ook in mijn nieuwe buurt gaat het om een meisje. Of twee. Die twee hangen een meter of drie verderop. Contact is er niet. Als je tenminste de ‘hé’, ‘joh’ en ‘dûh’ niet meetelt. Het hangt. Het kijkt. En het murmelt. Precies zoals toen. Ook de kleding is hetzelfde. Sportschoenen. Spijkerbroek. Zwarte jas, met bontkraag (de hangjas). Petje met gevouwen klep.
In 25 jaar is er werkelijk niks verhangen.
Merkwaardig. Eigenlijk.
Gepost op: 15:49 - 23-11-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (4) |
|
|