Op zes december zal Marcouch vallen. Dat is mijn voorspelling. Ahmed Baadoud (diens uitdager) presenteerde zich gisteren uitstekend (begreep ik). Hij is de grote onbekende. De underdog. Daar houden mensen van. Daarnaast hekelt hij de religieuze agenda van diens opponent. Door zijn gematigde toon zal hij ook de typische PvdA’er over de streep trekken. Daarnaast afficheert hij zich als Nederlander en niet als Marokkaan. Zijn derde pluspunt.
Als Marcouch geen burgemeester van zijn stadsdeel wordt, zal hij vertrekken. Maar - geen nood - de vluchtauto staat al klaar. Hals over kop is hij op de kandidatenlijst van de centrale stad gezet, als lijstduwer. Op 3 maart wordt hij dus ook daar - met voorkeurstemmen - gekozen. Dan wordt hij óf wethouder (in plaats van Freek Ossel) óf fractievoorzitter. In beide functies zal hij zich onverminderd laten gelden.
En dat is goed. We hebben die provocaties namelijk nodig. En wellicht dat Marcouch nu inziet dat hij over moet stappen op de seculiere agenda en het geloof in zijn nachtkastje moet stoppen. Eind goed. Al goed.
Zo zal het gaan.
Maar belangrijker: wat doet de PvdA met die spagaat? Met die pijn. Met die dilemma’s. Het is namelijk duidelijk dat het I-debat in volle hevigheid losbarst. Integratie. Immigratie en Islam. Decennialang keek de partij de andere kant op. Mensen die er wel een mening over hadden werden weggezet als ‘rechts’. En dan had je nog mazzel. Velen werden in de verdachte bruine hoek gezet. Je liep ‘Wilders achterna. Je ‘verwilderde’. Of je was zelfs een ‘gevaar voor democratie’.
Maar dat kan niet meer. Het debat ligt nu rechts en links van de partij. Wegkijken is onmogelijk. Duidelijke woorden zullen als stenen in de vijver moeten worden gegooid. Wat willen we? Hoe willen we met elkaar omgaan? Wat vinden we belangrijk?
Wie nu een mooi boek wil schrijven, volgt de PvdA op deze gebieden op de voet. De PvdA in de jaren 2001 - 2010. Hoe een partij ineens weer het licht zag. Hoe ze zich weer op haar kerntaken (vrijheid, gelijkheid en broederschap) ging richten.
Maar misschien ben ik wel weer te optimistisch.