Weer zat ik in de kerk. Weer met mijn zoon. We luisterden naar psalmen. Naar een gebed. Naar een lied. Wat vooral opviel, was de onzekerheid. En de nederigheid. Na al die jaren kun je er toch wel op vertrouwen dat die Heer er voor je is, verdomme. Maar nee.
De woorden ‘dolende’, ‘zoekende’ waren niet van de lucht. Maar ook ‘de toorn’, ‘de vloek’, ‘uw wil’. Ik vond het vorige week nog wel gezellig. Wel vrolijk. Met meedeinende mensen. Bij nader inzien zag ik een gemeenschap die na 2000 jaar nog steeds niet weet wat het moet geloven en wat niet. Nog steeds zijn ze bang voor de ‘verzoekingen van den duivel’.
De mensen die hun ogen sloten om de Heer over zich te laten ontfermen, zagen er intelligent uit. Gewone Hollandse mensen. Met beide benen op de grond. Bij orthodoxe moslims snap ik de beweegreden nog wel. Die zijn afgesneden van ‘iets van vroeger’. Maar bij Christenen snap ik dat niet. Er is geen enkele reden om teksten van het begin van de jaartelling serieus te nemen, alsof er niks gebeurd is.
Alla, laat ook maar.
Het is mijn eeuwigdurende verbazing. Ooit legde ik die ‘ik snap het gewoon niet’-houding bij mijn diepgelovige tante op schoot. Ze keek me liefdevol aan, alsof ik een verdwaald schaap was. De week daarop kwam er per post een groot pakket met boeken van mensen die het ook niet snapten, maar ‘als de Heer ineens in je komt’… mijn tante keek me doordringend aan. ‘Dan voel je dat.’ Ze legde haar hand op mijn dij en keek me weer met die christelijk-warme ogen aan.
Ik wilde iets voelen. Maar ik voelde niets.
Verdomme.
Waarom ging die God in iedereen zitten, behalve in mij.
Gepost op: 00:00 - 29-11-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (3) |
|
|