Ramses Shaffy. Uit een vorig leven. Ik draaide Ramses in het donker van mijn studentenkamer. Als het verdriet me in de ogen kneep, keek ik omhoog. Ramses liet me bidden. Liet me lachen. Liet me eenzaam en alleen zijn. Nu hij dood is, voel ik de vroegere ‘ik’ weer even. De bevrijding. Eigenlijk gun je iedereen die Ramses-bevrijding.
Ramses hoort in het rijtje Wolkers, Reve, Van Mierlo. Onze bevrijders van de jaren zestig. Mannen die hun broek lieten zakken voor de jaren vijftig. Vrijheid van seks, drugs en rock ’n roll in plaats van die van de dominee. Geen Calvijn meer, geen kleine geesten meer. Geen lage plafonds. Nee, groots en meeslepend. Zuipend, neukend en levend het leven door.
Ik ben van na die tijd. Ramses was eigenlijk al dood toen ik me bevrijdde (voor zover er nog iets te bevrijden viel). Alleen zijn liederen waren er nog. En die heb ik opgezogen. Opgelikt. Zoals ik er als tiener van baalde dat ik de oorlog niet meegemaakt had, zo baalde ik er als twintiger van dat ik de flower power niet mocht ondergaan.
Denkend aan bevrijding, denk ik ook aan Eberhard van der Laan. Hij zei een paar weken terug in een mooi interview met Kustaw Bessems dat hij ‘snotdorie’ naar de herhaling zat te kijken ‘van de vele eeuwen die we nodig hebben gehad om ons naar die vrijheid te knokken. Dat hoeven we toch zeker niet allemaal óver te doen?’ Hij had het over moslims. En hun bevrijding.
Vandaag, op een grijze woensdag in december, weet ik het. Eberhard geeft de moslims een Ramses cadeau. Als Sammie omhoog kan kijken, moet Ahmed het ook kunnen. Dan kan Ahmed ook de blauwe lucht zien.
Gepost op: 09:19 - 02-12-2009 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (5) |
|
|