‘Zijn wij naïef?’ vroeg een jong ding uit de D66 achterban tijdens een debat. Dat ging over de Sharia. Ze vond het maar eng, dat fundamentalisme. Lief meisje. Mooie blauwe ogen. Haar losjes over haar schouders. Zoals zij het woord ‘eng’ uitsprak, was heerlijk om te horen.
Ik zocht toen naar woorden. Waakzaam. Zei ik. Dat moeten we zijn. Alert. Ik vertelde over PvdA’ers die hun zoon verstoten als ze homo zouden zijn. Over PvdA’ers die de Koran letterlijk nemen. Ik vertelde over Londen en Brussel, waar de islam in sommige wijken alles bepaalt. Dat moet je gewoon niet willen. Nooit.
Boujafa is iemand die me tot waakzaamheid aanzet. Hij is de grote drijfveer achter de islamitische omroepen. Hij bemoeit zich ook met het islamtisch onderwijs. Hij bepaalt het beeld dat wij van moslims hebben. Maar hij is ook (voormalig) gesprekpartner voor de regering (als voorzitter van de Contact Groep Islam). Als het kabinet dus iets met moslims wil, dan bellen ze Boujafa. Zij denken dan dat hij namens alle moslims spreekt. Of ben ik nou weer te achterdochtig?
‘Ach, die islam.’
‘Ach, die sharia.’
Job Cohen zou het kunnen zeggen. Dan zou hij daarna van die omhelzende gebaren maken. ‘Tezamen’, zegt hij dan. ‘Bij mekaar.’ Of hij gooit weer het recht op orthodoxie erin. Cohen staat bekend als ‘naïvist’. Of hij dat is, weet ik niet.
Terug naar mijn onderbuik. Die reageert de laatste tijd steeds heftiger op die relativisten. Als een moskee gefinancierd wordt door ‘een groep’ uit (bv) Qatar, denk ik niet: goh, dat wordt een vrijzinnige moskee. Dan sla ik meteen aan. Dat doe ik ook bij het woord ‘moslimbroeder’. Dat is geen frisse club. Dan gaat mijn onderbuikalarm loeien. Bij Boujafa komt alles samen.
Voorstanders van Boujafa wijzen er vervolgens op dat hij juist ‘integratiebevorderend is. Hij is zo progressief, omdat hij zegt dat moslims moeten integreren. Moslims moeten Nederlands spreken. Moslims moeten meedoen. De vergelijking met Tariq Ramadan is snel getrokken. Van deze moslimprofessor zei (bv) Pieter Hilhorst dat hij onmisbaar is in het integratiedebat, omdat hij ‘tegen geweld pleit’. Een kinderhand is gauw gevuld. Je bent dus al onmisbaar als je tegen geweld pleit.
Maar je mag toch streng gelovig zijn? Ja. Natuurlijk. Je gaat je goddelijke gang maar. Die vrijheid heb je hier. Gelukkig. Maar niet met overheidsgeld. En niet in overheidsfuncties. Een moslimbroeder die een omroep leidt en met onze ministers spreekt namens alle moslims vind ik dan… eng. Mooi onderbuikwoord. Eng.
Vraag wordt dan: mag dat, van de ‘progressieven’, dat ik dit soort figuren eng vind?
Lees vooral ook
- Ewoud Buter - onafhankelijk, kritisch en zeker niet vooringenomen
- Carel Brendel - altijd scherp
- Thomas Friedman - altijd goed