Oude deur. Nieuwe deur. Kurt Westengaard is weer aangevallen. Een tekenaar! Je kunt het niet genoeg benadrukken. Iemand die tekeningetjes maakt. Van Mohamed met in zijn tulband een bom. De boodschap was duidelijk. En de reacties ook.
En wanneer staan we in Europa massaal op? Om dit niet meer te pikken? Maar nee. We zeggen oh en ah en we bidden we lustig verder. Alsof er niks gebeurd is. Ooit gaat hij dood. Kurt. Net als Ayaan. En Geert. Gedood door een kromzwaard. Door een tulband die de zwakke plek gevonden heeft, onze open samenleving.
En dan?
Dan ook niks.
Dan spreken we van eenlingen.
Als ik moslim zou zijn, zou ik er klaar mee zijn. Mohamed B, C en D doen dit uit mijn geloof. Ze offeren zich zelfs. Voor mijn geloof. ‘Tientallen miljoenen moslims’ worden aangekeken. En dat wil je niet. Toch?
Toch niet. Want het is weer oorverdovend stil. Hier en daar een vloekende afwijzing. Een ‘dit mag niet’. Maar geen massale woede. Geen verzameling hoofddoeken die hun doeken tot spandoeken uitrollen en aan iedereen duidelijk maken: genoeg is genoeg. Geen boze baarden. Geen 72 protesterende maagden.
(…)
Ik had een voornemen. Ik zou de islam links laten liggen. Ik was er een beetje klaar mee, dat achterlijke geloof. Maar de realiteit vliegt met me mee. En ontploft. Als Jasper niet een smeulende klootzak doofde en Kurt geen bunker van zijn huis had gemaakt, was het nog erger geweest.