Allochtoon. Het woord alleen al. Ik zie bordjes: ‘Allochtonië, links af.’ Ik zie hekken. Ik zie een ingang. Ik zie waarschuwingen: ‘allochtonen niet voederen.’ Het impliceert uitsluiting. Wat je ook doet, je hoort er niet bij als één van je ouders in het buitenland geboren is. Die grens is hard. Het stempel is onafwasbaar.
De overheid moet representatief zijn. Een afspiegeling van de bevolking. Helemaal mee eens. Gelijkheid moet je stimuleren, anders ‘schiet het niet op’, zegt raadslid Peggy Burke - die ik persoonlijk hoog heb zitten. Dat ben ik ook met haar eens. Vraag is dus hoe je van 21% naar 27% allochtone ambtenaren gaat?
Ik zal eerlijk zijn: Ik weet het niet. Maar ik geloof niet in positieve discriminatie. Als voorbeeld neem ik mijn eigen PvdA. In 2006 was de kieslijst een ideale afspiegeling van Amsterdam. Drie Marokkanen. Drie Surinamers. Twee Turken. Een Antilliaan. En een Bosniër. Ook de man/vrouw-verdeling was 50/50.
Of ze succesvol waren, is subjectief. Onzichtbaar waren ze in ieder geval wel - op wat uitzonderingen na. Als we de kieslijst voor de verkiezingen van 2010 zien, blijkt dus ook dat maar twee allochtonen door mogen. De andere acht waren kennelijk niet goed genoeg. Verkeerd neergezet. Of anders: ‘de gereserveerde plekken’ zijn niet succesvol ingenomen.
Wouter Bos waarschuwde in 2006 over ‘mogelijke ongelukken’ bij allochtone raadsleden. Die zijn veelvuldig voorgevallen. De mensen op de gereserveerde plekken maakten het niet waar of blunderden soms luid en duidelijk.
Die afspiegeling van de bevolking kun je dus niet afdwingen. Zoals je de spreiding van de bevolking ook niet kunt afdwingen. Sterker, dat leidt alleen maar tot vernedering. Iemand die op een positie zit, omdat hij een kleurtje heeft, wordt daarop aangekeken. Dat is niet leuk. Eddy Terstall is ook geen filmmaker geworden, omdat hij als roodharige een camera in zijn schoot geworpen kreeg.
En dan? Hoe krijg je dan meer afspiegeling? Nogmaals, ik weet het ook niet. Ik geloof wel dat we met elkaar moeten afspreken dat we - als we een paspoort hebben waar NL op staat - we allemaal Nederlander zijn. Dat is het enige dat telt. Marcouch is een Nederlander. Burke ook. Iedereen een autochtoon. Mensen met ouders die in het buitenland geboren zijn, moeten de vraag waar ze vandaan komen ook weigeren te beantwoorden. ‘Ik ben Nederlander. Punt.’
En dan nog. Je hebt met gewoonten te maken. Met het witte, mannelijke old boys network. Dat moet je slopen. Ons kent ons. In de gemiddelde raad van commissarissen lijken ze allemaal op elkaar; krijtstreeppak, kaal, grijzend, beetje corpulent. Zij kiezen hun eigen mensen. Zo gaat dat. Ook in de ambtenarij. Soort zoekt soort. In een Turkse vliegwinkel werken weinig Marokkanen.
Met regels en verplichte ‘reserveringen’ verander je het wel. Maar je uiteindelijke doel, integratie - iedereen gelijk, geen onderscheid, geen scheidslijnen - bereik je er niet mee. Je krijgt alleen scheve gezichten. Positieve discriminatie is ook discriminatie. En dat is voor beide kampen onwenselijk.