Vloeken en fietsen.
In de sneeuw.
Het is net als met dat bobsleeteam uit Jamaica. Vier negers die naar beneden glijden. Net als Shani Davis op het ijs. Hij kan het. Zeker. Maar hij blijft toch de Sjimmie tussen de Sjorsen. Zo lag mijn moslima ook op de grond. Couscous tussen de boerenkool. Ik kon niet anders dan even op haar te liggen.
Khadija. Zo heette ze. Jullie hebben er recht op. Ze had een naam. Niet alleen ‘de moslima’. Vooral omdat ze toen eigenlijk helemaal geen moslima was. Marokkaan was ze. Maar eigenlijk dat ook niet. Ze was Nederlandse. Tenminste. Dat wilde ze worden, zei ze zelf.
Dit was allemaal jaren geleden. Ver voor de tijd dat ze weer Marokkaan en moslima werd, gewikkeld in doeken – met haar blik op de grond. Toen – in de sneeuw - was ze vrij. Ze was mooi. Ze was vol levenslust. En ze vond mij de allerliefste.
Terug naar de sneeuw. Ik lag op haar. Aangezien we thermopeen-ondergoed aanhadden, voelden we de kou niet. Toen vertelde ze haar ideaal. Ze wilde schrijver worden. Geen allochtone schrijver, ‘want ik schrijf geen allochtoons, ik schrijf Nederlands’, zoals Hafid Bouaza ooit tegen Ewoud Buter heeft gezegd. Ze wilde ook geen schrijfster worden. Nee. Een schrijver.
Op dat moment kwam Harry Mulisch voorbij. Rood sjaaltje. Bleke schoentjes. Lange bruine jas. Hij dribbelde. Hij danste een beetje. Zijn neus stond naar beneden, op de sneeuw gericht.
Wij zeiden niks.
En Harry ook niet.
Het feuilleton:
Hier: Liefdesbrief aan de moslima
Hier, deel 2, Nog een keer de Moslima
Hier, deel 3, de dag dat ik moslim werd
Hier, deel 4, de drinkende moslima
Hier, deel 5, God als webcam
Hier, deel 6, Gehoofddoekte string
Hier, deel 7, de schuldige rug
Hier, deel 8, zondagavondmoslima
Hier, deel 9, Marokkaans fruit
Hier, deel 10, de geslagen moslima
Hier, deel 11, boodschappende moslima
Hier, deel 12, Cocoonen
Hier, deel 13, Moslima's kerstdiner