Schreijer is PvdA’er. En Rotterdammer. En dan krijg je dit soort teksten. Heerlijk. Geen woorden, maar daden. Aan het werk. De mouwen opstropen. Zinnen waar je een polygoonstem bij hoort en vuisten in de lucht ziet.
Rotterdam is de stad waar de komende verkiezingen de interessantste klappen vallen. Leefbaar tegen de PvdA. Allebei in en in Rotterdams, ankertjes op de onderarm. Allebei willen ze opkomen voor de gewone man. Jan met de pet. Eigenlijk moeten ze samenwerken. Handen ineen. Dat heb ik vaker betoogd. Een breed draagvlak voor een brede stad. Omdat je af en toe lef moet tonen, voor het beste resultaat.
Dat gebeurde ook toen Cruijff en Gullit naar Feyenoord kwamen. Dat waren ook geen havenarbeiders. Dat waren verfijnde, bijna intellectuele balletdansers op een voetbalveld. En dat heb je, samen met die Rinus Israël-achtige verdedigers, nodig in zo’n verdeelde stad als Rotterdam. In de ahvenstad heb je soms Amsterdammers nodig. Of Aboutaleb vervolgens de Cruijff is die in de havenstad de regie gaat voeren, is weer een tweede.
Maar dat je moet durven, is evident. Alleen door echt iets groots neer te zetten en een brede coalitie te smeden, maak je het verschil. Schreijer voor het werk. Pastors voor de veiligheid. Als ze dan nog een Carolien Gehrels-achtige artistieke wervelwind neerzetten, wordt Rotterdam ook verfijnder.
Dan krijg je een droomstad.
Maar dat zal nog wel een tijdje utopie blijven