Geert heeft iets los gemaakt. Absoluut. Hij heeft - met gevaar voor eigen leven - een discussie losgetrokken. Misschien de verkeerde kant op, maar toch. Er wordt nu in menige huiskamer gesproken over moeilijke onderwerpen. De spin off van het hele debat is dat onderwerpen als gelijkheid tussen man en vrouw, afvalligheid, haat, (in)tolerantie, geloofsdwang, vrije partnerkeuze en nog tientallen andere zaken op tafel liggen. Open en bloot. Bespreekbaar.
Dat is winst. Dat is geweldig. Door discussie, door polarisatie, door lichte provocatie worden we sterker. Als land. En als volk. Dan gaan we nadenken. Zaken die onder het tapijt lagen, dwarrelen weer door de kamer. Door al dat stof wordt het zicht ontnomen. Maar dat is tijdelijk. Uiteindelijk zullen we alles op moeten ruimen. Alles opvegen. En niets meer onder het tapijt.
Dank derhalve. En toch. Geert mag niet de koning van het vrije woord worden. Als je boeken wilt verbieden, misstaat die eretitel compleet. Maar ook als je zelf snel beledigd bent - zoals laatst nog bij despeld.nl of bij de kunstwerken van Jonas Stahl, heb je niet het recht anderen de maat te nemen.
Sowieso is het eeuwig zonde dat de verkeerde sprekers deze discussies voeren. Mensen als Ehsan Jami, Hero Brinkman en (aan de andere kant) René Danen en Alexander Pechtold vervuilen de discussie met leegheid. Het multiculturele debat is een ingewikkelde. Nuance loopt hand in hand met (noodzakelijke) provocatie. Mensen als Paul Scheffer en Ayaan Hirsi Ali kunnen dat. Maar die hebben zich om diverse redenen uit het debat teruggetrokken.
Dan blijven dus de b-artiesten over. Probleem met b-artiesten is dat ze niet hun tegenstanders overtuigen. Ze gaan alleen voor maximale airplay. Dat geven ze zelf ook toe. Inhoud is iets voor mietjes.
Misschien kijken we zo wel terug op het eerste decennium. Het tijdperk dat de inhoud verdween door een tsunami van onzinnig gekrakeel.