 Hij stond voor me. Beetje zenuwachtig. Bellend: ‘Ja, ik sta in het stembureau.’ Hij keek mij even aan. En riep toen hard in zijn telefoon: ‘Op Wilders natuurlijk.’ Nu keken meer mensen naar hem. ‘Zo ken het toch niet langer?’ ( Uit de Echo van deze week)
Toen hij in het hokje stond en zijn stembiljet helemaal uitvouwde, vloekte hij. Eerst zachtjes. Maar allengs harder. Tot hij zich omdraaide en naar de voorzitter van het stembureau riep dat Wilders er niet op stond. Deze meldde droog dat Wilders niet meedoet. Niet hier. Daarop draaide de stemmer zich weer om. In zijn lichaam zat twijfel. Wat nu? Leek zijn rug te zeggen. Ik keek er even naar, maar ging toen mijn eigen stemhokje in.
Even was het stil. En toen frommelde de stemmige stemmer zijn stembiljet op, maakte er een papieren bal van en liep daarmee naar de tafel van de voorzitter van het kieslokaal. ‘Dan weet ik het niet’, zei hij. En om dat te benadrukken, legde hij de bal papier op zijn tafel. ‘Heeft u een prullenbak?’
De voorzitter schoof zijn designerbril op zijn voorhoofd en wilde de bal aanpakken. Maar de stemmer liet niet los. Die antwoordde: ‘Nee. Laat maar. Ik neem hem wel mee. Straks ga je nog met mijn stembiljet op de PvdA stemmen. Ik draaide me om en zag zijn gezicht vol bezorgde rimpels trekken. Toen liep hij weg. Tien ogen volgden zijn rug. Een gebogen rug.
Gepost op: 15:37 - 10-03-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (9) |
|
|