|
‘Mag ik je haar zien?’ Ik keek haar aan. Khadija. Tien jaar ouder inmiddels. Maar nog even mooi, al waren haar ogen dof. Ze keek naar haar koffie. Ze keek naar haar handen. En toen wierp ze met één handbeweging haar sluier naar achter en keek ze mij aan alsof ze naakt voor me zat.
Khadija. Ze had me gevolgd, via twitter, via internet. De eerste keer dat ik over haar schreef (de moslima), had ze gehuild. Alleen. In haar kamer. ‘Je schrijft zo mooi. Ik voelde het precies zoals toen.’ Ze had me gebeld, nadat ze het voor de derde keer gelezen had, maar een voicemail aangetroffen. ‘Ik wilde van alles zeggen, maar ik zei niks.’ Ze had alleen gekucht.
Tot ze weer belde. Een week geleden. Ze was kort. Ze gaf alleen een tijd en een locatie door. Toen was het stil. En zo zaten we in een restaurant in een donker hoekje. Mijn moslima en ik.
Hoe het met mij ging? Dat was het onschuldige gedeelte. Getrouwd. Twee kinderen. Twee auto’s. En een wurgende hypotheek. ‘Toch kan ik niet zeggen dat ik ongelukkig ben’, sloot ik af.
Toen zuchtte ze. Weer keek ze naar haar koffie. Weer keek ze naar haar handen. ‘Ik ben de moslima geworden.’ Ze keek me aan. ‘Jouw moslima van toen is overleden. Tien jaar geleden. Toen ik net als jij wilde schrijven. Toen ik vrij wilde zijn. Toen ik mijn geloof wilde loslaten. Mijn cultuur. De klappen. De pijn. Tien jaar geleden had ik mijn vleugels omgebonden en stond ik op het balkon. Jouw balkon. Met uitzicht over de hele stad.’
‘Tot je je grote islamitische liefde tegenkwam?’
Ze lachte een cynische lach. ‘Weer zo’n typische Marcel-opmerking. Je weet het. Je hebt me gezien. Bij de Dirk van de Broek. Met m’n man. Hoe noemde je hem, in je column?’
‘Ahmedinejad.’
Ze keek omhoog.
‘Ben je gelukkig?’
‘Ik ben een moslima, Marcel.’
Geen vragen meer. Ze had haar keuze gemaakt. Toen. Ze had gewikt en gewogen. Haar vleugels voelden prettig. Maar toen ging ze twijfelen. Ze dacht aan haar moeder. ‘Blijf bij jezelf’, had zij gezegd.
‘Je hebt tegen je moeder gezegd dat je weg wilde? Dat je een Nederlandse vriend had?’
Ze zuchtte een ja.
Toen had ze haar vleugels van haar rug geplukt. En was ze teruggegaan naar haar roots. Terug in de moederschoot van haar cultuur. Geen schrijver meer. Geen vrije vrouw meer. Nee. Terug naar het rif-gebergte Ze trouwde. Ze kreeg een miskraam. Toen een tweeling. Daarna nog een meisje.
‘Een meisje?’
‘Tja.’
Ze deed haar hoofddoek weer om. Ze dronk het laatste slokje koffie op en stond op. Toen we elkaar omhelsden, fluisterde ze in mijn oor dat ik moet blijven schrijven. ‘Ook jij Marcel. Ook jij moet bij jezelf blijven.’
Het feuilleton:
Hier: Liefdesbrief aan de moslima
Hier, deel 2, Nog een keer de Moslima
Hier, deel 3, de dag dat ik moslim werd
Hier, deel 4, de drinkende moslima
Hier, deel 5, God als webcam
Hier, deel 6, Gehoofddoekte string
Hier, deel 7, de schuldige rug
Hier, deel 8, zondagavondmoslima
Hier, deel 9, Marokkaans fruit
Hier, deel 10, de geslagen moslima
Hier, deel 11, boodschappende moslima
Hier, deel 12, Cocoonen
Hier, deel 13, Moslima's kerstdiner
Hier, deel 14, Ze heette Khadija
Gepost op: 21:58 - 21-03-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (25) |
|
|