Vandaag is de heer J. C van N. gestorven te J. Hij is geëxecuteerd. Ik ben er al de hele dag bezig. Het is een oude zaak. De moord op Van N. was er één met voorbedachte rade. De politie weet wie de daders zijn, de joden. Maar de rechter waste zijn handen in onschuld, zodat er niemand is gearresteerd. Complexe van de zaak is dat J. C. van N. na zijn executie opgestaan is.
J.C. Ik heb iets met die man. Hoewel ik denk dat het een enorme betweter was, vind ik hem leuk. Te vroeg gestorven. Maar wel op een heldhaftige manier. Op z’n slippers. Dat vlassige baardje. Die melodramatische blik in zijn ogen. Hij was één van de eerste met een real life soap. Z’n vrienden hebben er boeken vol over geschreven. Er zijn oorlogen gevoerd. Er is verkracht, verneukt en verdraait. En toch staat J.C. nog steeds rechtovereind. Als een paal.
Wat zou hij doen als hij nu nog leeft? Zou hij twitteren? Zou hij bloggen? Zou hij een duet zingen met Frans Bauer? Alles is mogelijk. Wat wel zeker is, is dat hij al die mensen die zijn naam misbruiken, een woedend mailtje zou sturen.
Hij zou zich doodschamen voor de kerk die uit zijn naam is opgericht. Ich habe es nicht gewusst. Dat zal hij zeggen. En met recht. Hij zat met zijn vader en zijn minnares, Maria M., de hoer van Magdala, in de hemel. Maar toch. Een persberichtje zou volstaan: het spijt me.
Gepost op: 12:36 - 02-04-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (19) |
|
|