|
De hoofdzaak van de hoofddoek |
‘Vrees ons niet, maar heb ons lief.’ Het gaat om de moslima. De gehoofddoekte moslima. In de Volkskrant van vandaag staat weer een stuk van Nora Kasrioui. We zijn niet eng. Dat is de conclusie. ‘Gehoofddoekte moslima’s zijn mondig, vechten voor hun vrijheid en dus ook voor de vrijheid een hoofddoek te dragen.’ Hatseflats.
Het kriebelt. Het zuigt. Het klopt. Dit soort brieven raken iets. Maar ik weet niet precies wat. Met de brief zelf is niets mis. Met de hoofddoek ook niet. Als je een symbool van religiositeit wil dragen, kan dat. Geloof is ook maar een menign. Dus als je voor je mening uit wil komen, fantastisch, ga je gang. Natuurlijk. Daar gaat het ook niet om.
Het gaat mij erom dat die hoofddoek niet voor iedereen een zegen is. De essentiële vraag in deze is: hoeveel moslima’s met een hoofddoek zijn echt vrij dat ding af te slingeren. Hoeveel meisjes kunnen vandaag zeggen: toedeledoki? Ik doe mijn sluier af. Ik ga drinken. Ik ga een avondje stappen met Rob Oudkerk. En ik ga naakt op het strand bij Wijk aan Zee liggen.
Mijn eigen moslima was niet vrij. Als zij haar hoofddoek af wilde doen, zou ze de banden met de familie moeten verbreken. Toen ze een keer met mij ergens gespot was, had ze daarna ‘een nogal heftig gesprek’ met één of andere neef. De intimidatie was heftig en beangstigend.
Feministen van nu moeten achter mijn Khadija staan. Vind ik. Zij wil zich tegen de groepsdruk in verheffen. Emanciperen. Zoals Hedy d'Ancona vrioeger haar bh verbrandde, zo wil mijn moslima haar doek verbranden, omdat het voor haar een symbool van onderdrukking is. Ze wil zich bevrijden van dogma’s. Lossnijden van wurgende banden.
Ik heb veel moslima’s gesproken. Ik heb ze lief gehad. Jezus. Zo lief dat het mijn eigen geluk in de wegstond. Zelfs de meest ‘geëmancipeerde’ had problemen met die groepsdruk. Politici die door jonge Marokkanen worden bedreigd. Uitgescholden. Voor hoer uitgemaakt, omdat ik er naast liep. Nogmaals.
Het is prima om voor je zaak op te komen. Als er een politicus was die mij in mijn vrijheid zou knevelen, zou ik ook roepen, schreeuwen en schrijven. Het enige wat ik vraag: kom ook voor de ongelovige op. Zij die niet meer gelovig is. Zij die iets anders wil dan met de groep meegaan.
‘Wij ontkennen niet dat er ook gehoofddoekte moslimvrouwen zijn die onderdrukt worden’, schrijft Kasiroui. Dat is mooi. Dat zou ook een rare ontkenning zijn. Maar tussen ontkennen en voor hen opkomen, zit nog een gapend gat, kennelijk. Tussen woord en daad ook.
Gepost op: 12:58 - 12-04-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (11) |
|
|