|
Daar zaten we. Eddy, Ebru en ik. Op een terras. We hadden net met de grote leider gegeten. Job Cohen. In het partijbureau. En nu moesten we er iets van vinden. Was het wat we ervan verwacht hadden? Is hij een man met visies, die bevlogen vertelt over de horizonten die we kunnen zien? Nee. Dat is hij niet. Het is een aardige man. Dat wel. Een vader. Zoiets.
Hij speelde met een suikervaatje en een melkvaatje. Die stonden op de tafel voor zich. Melk en suiker. Hij aaide de flesjes. Hij scheidde ze. En hij bracht ze bij elkaar. Hij liet ze kussen. En dan scheidde hij ze weer. Ondertussen luisterde hij naar typisch Terstalliaanse geluiden: open samenleving. Seculier. Betuttelracisme. Parallelle samenleving. PvdA moet daarin vooroplopen.
Hij antwoordde. Soms wel. Soms niet. ‘Ik ben dat allemaal ontzettend met jullie eens.’ En ja. Hij geloofde in de woorden die in de Integratienota van de PvdA stonden. Grenzen stellen, confronteren, tolereren.
‘Is dat je zwakke punt, dat confronteren?’ vroeg ik.
Dat vond hij niet. Ik moest eens weten wat hij allemaal in die moskeeën zegt. Ik trok een vragend gezicht. ‘Ja hoorus’, had hij tegen de gelovige gezegd die niks met vrouwen te maken wilde hebben. ‘Zo doen we dat hier niet.’
Confronteren. Discussies starten. Licht provoceren. Een punt maken. Dingen duidelijk stellen. Nee. Dat is niet echt aan Job besteed.. ‘Het is niet altijd nodig.’ Hij trok elke keer een zuinig gezicht. Veel met ‘ach’ Veel ‘nou ja’. Een licht schuddend hoofd. Dat is Job. Sussen. Dempen. De boel bij mekaar houden.
Dat gezicht zegt meer dan al die sussende woorden. Dat gezicht spreekt. Toen ik Ayaan Hirsi Ali op tafel legde, als Rooie vrouw van nu, trokken zijn wenkbrauwen enorme bochten op zijn voorhoofd. ‘Volledig contraproductief.’ We hadden dat soort feministen ook niet nodig.
‘Maar dat deed Hedy d’Ancona vroeger toch ook? Provoceren. Bh’s verbranden. Beledigen, op de spits drijven.
‘Dat was een andere tijd’, zei Job.
‘Maar Eberhart (van der Laan) verzuchtte over dezelfde problemen bij de 'Nieuwe Nederlander': ‘ik kijk verdomme naar de herhaling.’’
‘Ja. Maar moeten we dezelfde methoden gebruiken?’
Job. Hij is geen ideeënman.
Hij is een pragmaticus.
Hij noemt zich humanist. Maar ziet de vele voordelen van religie: het tegengaan van de vervelende kantjes van het individualisme. Het bindt. Ook zo’n Job-woord: binden. Sommige geloven mochten af en toe ‘een kontje’ krijgen. Ook dat is Job. Behagen. Een beetje helpen. Een 'kontje geven'.
Wil Job verder kijken dan de neus lang is? Wil hij een tegengesteld standpunt door zijn hoofd laten wandelen? Laat hij zich verrassen? Staat hij open? Nee. In die zin lijkt hij totaal niet op Ahmed Marcouch. Daar dacht ik aan, toen er af en toe zelfs een stilte viel.
Toen ik met Ahmed in de Chinees zat, zag je hem continu denken. Je zag hem notities maken in zijn hoofd. Woorden drongen door. Hij toetste zijn eigen ideeën. Ik was het met veel dingen oneens. Maar hij is wel een prettig gezelschap waar je een discussie mee kunt voeren. Die open staat. Die schuift. Die na kan denken.
Job past op de winkel.
Dat is mijn conclusie.
Daar zaten we. Eddy, Ebru en ik. Op een terras. Één rode wijn. Één verse jus. Één bier. Ieder keek zijn eigen kant op. Vonden we het teleurstellend? Hadden we meer verwacht? We zuchtten.
Het moest bezinken.
Job Cohen. Burgemeester van Nederland.
‘Ik ben nog steeds dezelfde mens.’
We gingen er nog wat van vinden.
Job van Amerongen liet zich excuseren
Gepost op: 21:25 - 12-04-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (27) |
|
|