|
Job Cohen als lijsttrekker. Ik kan er maar niet aan wennen. Het is alsof je vader na zijn pensioen ballerina wordt. Of alsof Johan Cruijff zich inzet voor de promotie van korfbal. Het past niet. Het schuurt. Het zuigt. En je merkt aan Job dat hij zelf ook moeite heeft met zijn nieuwe rol. Hij vindt dat lijsttrekkerschap mateloos ingewikkeld, met al die moderniteiten als twitter, webloggen, ping, sms, het zegt hem allemaal niks.
Job was in Amsterdam een demper. Iemand die met twee handen in de lucht de gemoederen tot bedaren bracht. Overal een dekseltje op. Zei iemand in een moskee gekke dingen, dan stuurde hij er iemand heen om thee te drinken en te sussen.
Hij was de vleesgeworden 'doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg'. Laat die Amsterdammers maar lekker raar doen, Job suste, knuffelde, omhelsde en aaide iedereen bij elkaar. Job was nooit uitgesproken. Hij nam nooit eens stelling. Hij sloeg zelden met de vuist op tafel. Hij gooide hoogstens die machtige wenkbrauw omhoog als hij iets vreemds hoorde.
In Amsterdam was hij een vadertje. Beschermend. Nu moet hij - als lijsttrekker van de PvdA - ineens bevlogen zijn, ideeën hebben. Hij moet visionair zijn. Hij moet enthousiasmeren. Hij moet verontwaardigd zijn, maar tegelijkertijd ook leuk, gevat, grappig. En dat past hem niet. Dat zie je vooral op televisie. Daar zie je hem steeds ongelukkiger worden. En snel achter elkaar slokjes water drinken. Dat betekent dat hij zenuwachtig is.
Als Job na zo'n campagnedag in bed ligt, in zijn Ajax-pyjama, is hij te moe om Lidie een kus te geven. 'Het is heel anders dan ik verwacht had', verzucht hij. Lidie zegt niks. En dat zegt Job weer genoeg. Dan weet hij: Lidie had toch gelijk. Hij had het niet moeten doen.
Gepost op: 00:00 - 14-05-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (8) |
|
|