De ene wethouder vindt het ‘leuk om te doen’. De ander glundert vooral. Maar dan heb je de overtreffende trap van vreugde: Eric van der Burg. Zo’n schaterende lach. Zo’n groots stemgeluid. De VVD’er ontploft welhaast van blijdschap. Heerlijk. Als je iemand het wethouderschap gunt, is het Eric wel.
(Column uit De Echo van deze week)
Iemand zei ooit dat een politicus twee mooie momenten heeft. Eén als je aantreedt en één als je weggaat. Dan krijg je bloemen, kussen en mooie woorden. Daartussen is het beroerd. Dan ploeter je. Dat zal best waar zijn. Maar ik geloof dat Eric van der Burg het elke dag een feest vindt om naar de Stopera te fietsen en lekker een potje te lachen.
Dat plezier zie je ook bij Lodewijk Asscher, die ik al eerder het glundermannetje noemde. Die geniet alsof hij in een continu orgasme zit. Carolien Gehrels is ook zo’n genot om te zien. Als heur haren wapperen als in een shampooreclame, weet je: hier wordt vreselijk genoten.
Het is een kunst, dat genieten. Job Cohen had dat bijvoorbeeld niet. Die leed. Die trok af en toe krom van ellende, zeker ten tijde van Robbie Oudkerk en Geert Dales. Maar ook Maarten van Poelgeest is iemand die vreselijk kan lijden. Hij oogt soms alsof hij naar de wc moet, maar niet kan. Lachen vindt-ie moeilijk. Hopelijk kan Eric hem daarmee helpen. Immers: een vrolijke lach levert een vrolijke stad op
Gepost op: 08:11 - 27-05-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (1) |
|
|