Ik kom één keer maand bij Artis. Ik ben lid. En elke keer vraag ik me af of het niet zielig is, eigenlijk, die dieren in die hokken, in dit klimaat. Overal staan bordjes. Dat ze bijvoorbeeld leven op de Savanne. Nu lopen ze echter rondjes in hun met tralies afgezette hok. Nu krijgen ze om drie uur stipt te eten. Ze zijn hier, omdat wij dat willen.
(Column voor De Echo van deze week)
Een vergelijkbaar verknoopt gevoel heb ik bij een asielzoeker. Of zoals Geert ze noemt, gelukszoekers. Daar heeft Geert natuurlijk gelijk in. Ze zoeken geluk. Maar dat terzijde. Waarom mogen die mensen niet hier wonen en ik wel? Alleen omdat ik toevallig hier geboren ben en zij niet? Ingewikkeld.
Die ‘gelukzoekers’ hebben – net als de dieren in Artis - andere gewoonten. Ander eten. Ander geloof. Als ze al mogen blijven, doet de confrontatie met onze vrijheden hun geluk vaak geen goed. Ik denk vaak aan de woorden van Aboutaleb. Die zei ooit: je moet het een mens eigenlijk niet aandoen, te verkassen. Dat is onmenselijk.
Een vriend vertelde dat de koffer van zijn vader nog steeds in de gang staat. Klaar om weg te gaan. De zoon is volledig opgegaan in de Amsterdamse samenleving. Maar zijn vader heeft hier nooit kunnen aarden. Hij zocht geluk. Maar hij vond teleurstelling. Die vader loopt rond, zoals de tijger in Artis rondloopt. Gefrustreerd. Hij heeft geen tralies. Maar vrij voelt hij zich ook niet
Gepost op: 12:13 - 02-06-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (5) |
|
|