
Ik voel me een voetballer in een muurtje. De vrije trap nemer neemt een aanloop. Mijn handen knellen om mijn kruis. Mijn ogen sluiten zich. Mijn hart bonst. Rutte schiet keihard in de muur. Cohen draait over links. En Geert schiet midden in m’n kruis. Ik ben murw geramd. Ik wil niet meer. Allemaal roepen ze dat het van levensbelang is om op hen te stemmen: ‘wat voor land wil je?’ Ze trekken aan mijn revers en schudden me agressief heen en weer.
Dat is het. Het is die grootheidswaan. Politici denken dat ze Nederland echt een richting opduwen. Die overdrijving. Alsof echt alles afhangt van mijn stem. Terwijl we toch echt ons eigen geluk in handen hebben. Mijn geluk is mijn geluk. Gelukkig maar.
De campagnes zijn voorbij. Het fluimen. Het gooien. Het smijten. Het is vandaag klaar. 9 juni. De politiek gaat nu het zweethok in. Uitruilen. Handjeklap. Knuffeltje hier, knuffeltje daar. En, als het aan Mark Rutte ligt, bellen ze op 1 juli de keunigin, omdat ze er uit zijn.
Drie weken opgesloten zitten. Dat doet iets raars met je. Als je er uitkomt, knijp je met je ogen. Het felle zonlicht botst op je witte lichaam. Ineens besef je dat ‘het volk’ niet gewacht heeft op die coalitievorming.
We keken voetbal. We keken naar Joran. En terwijl premier Rutte met Pechtold en Cohen naast de paarse jurk van de keunigin staan, bereidden we ons voor op de Tour. Als we ze daar zien staan, op het bordes, lachend in de felle zon, denken we: oh ja.
Dat is de tragiek van de politiek. Drie weken lang staan ze in het middelpunt. En daarna vergeet iedereen het. Of het paars, geel of rood is, het land verschilt niet zo heel veel. Het leven kabbelt voort.
Tot de volgende verkiezing.
Gepost op: 10:00 - 09-06-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (14) |
|
|