Met Khadija liep ik een keer over de boulevard in Zandvoort. Ineens stond ze stil. Ze zei niks. Maar wees. Verderop stond een groepje bontkraagjes. Van verre had ze een neefje gesignaleerd. Toen gingen we naar Bloemendaal. Maar ook daar keek ze continu om zich heen. Ze zat in een onzichtbare burka gevangen. Uiteindelijk gingen we naar huis en zaten we - zoals altijd - op mijn balkon. Toen pas haalde Khadija weer adem.
Overal waar bontkraagjes rondliepen, zag Khadija gevaar. Daar moesten we met een grote boog omheen. Maar het liefste ging ze weer terug. De paar keer dat we niet anders konden dan langs die scooters te lopen, kwam er inderdaad gesis. Een intimiderend gesis. Ze gaven duidelijk aan dat ze zagen wat ze zagen: een witte man met een Marokkaans meisje - zonder hoofddoek.
Zelfs toen we een keer op het strand van Terschelling lagen - in the middle of nowhere was ze niet gerust. Toen ze een vage schim aan zag komen, dook ze al in haar boek. Of deed ze een handdoek om haar lichaam.
Vandaar dat ze regelmatig verzuchtte:
‘Ik haat het als het mooi weer is.’
Gepost op: 00:00 - 26-06-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (2) |
|
|