
Eberhard is een denker. Hij is ook Amsterdammer. Ook een bestuurder. Ook een man met een frappant kapsel. Natuurlijk. Maar hij is vooral een denker. In vergelijking met Cohen is hij een Spinoza en de vorige burgemeester Jan Smit. Dat klinkt wat al te grof, maar sinds ik Cohen heb ontmoet, zakte er een wereld in. Cohen wíl gewoon niet denken. Hij doet maar wat. Dat geeft wel weer iets vaderlijks. Absoluut. Zo doen vaders dat, die houden hun gezin ook ‘een beetje bij mekaar’, zonder dat ze weten wat ze nou doen.
Eberhard is daarentegen iemand die met de hand aan zijn wenkbrauw op een dijk staat om de horizon te zien. Die wil iets zien. Als minister van integratie vroeg hij zich dat continu af. Hoe mengen die wateren zich?
Dat denken doet hij met een borreltje – in een echt borrelglaasje – en een sigaretje. Op zijn ministerie had hij een rookhok - een piepklein tafeltje, stoeltje erbij en daarboven een afzuigkap. ‘Hier denk ik’, zei hij. Dat beeld is me altijd bijgebleven: Eberhard denkt in een afzichtelijk hok, terwijl de rook de afzuigkap in gezogen wordt. Ik ben benieuwd of dat rookhok overgeplaatst is naar de Stopera.
Het eerste half jaar van zijn burgemeesterschap horen we weinig, denk ik. Hij knipt wat linten. Maar voor de rest kijkt hij. Luistert hij. Voelt hij. Maar hij zal zich ook opsluiten in de ambtswoning. Om te drinken. Om te roken. Maar vooral om te denken.
Ik verwacht dat hij met kerst met een masterplan komt. Dan houdt hij een persconferentie onder de kerstboom en pakt hij al die ideeën uit. En dan wordt het feest. Een rokerig feest. Dan is de Spinoza in Eberhard opgestaan en kust hij Amsterdam wakker. God, wat een heerlijke tijd gaan we tegemoet.
Deze column verscheen eerder in De Echo
Gepost op: 15:17 - 30-06-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (1) |
|
|