|

Zomer en de leegte. De stilte. Op elke straathoek hoor je het zwijgen. Ik zag gisteren op de Kinkerstraat een vlinder. Hij fladderde vrolijk rond alsof hij in de Biesbosch was. Hij ging zitten op een klaproos en kuste haar uitbundig. Een Marokkaans bontkraagje – ja, ook bij deze warmte had hij zijn uniform aan – beëindigde het schouwspel met het lawaai van zijn scooter.
Het bontkraagje lachte zijn tanden bloot. Hij reed op zijn achterwiel. De reden van die vrolijkheid liep achter hem. Een meisje met een paarse sluier. Even daarvoor had hij haar onhandig op haar wang gekust. Zij glunderde, maar duwde hem toch van zich af.
Een prachtige paringsdans. Zij wuifde, als een prinses uit de woestijn. Hij bereed zijn scooter als was het een zwart paard dat in galop het zandkasteel verliet. Hij draaide een rondje en reed terug naar zijn geliefde. Piepend kwam hij vlak voor haar tot stilstand. Zij keek hem even aan, maar liet toen haar ogen weer vallen op het trottoir, uit verlegenheid. Hij legde een hand op haar schouder en zei iets. Zachtjes. Zij keek weer op. Hun lippen waren op nog geen twee centimeter van elkaar. Alles leek stil te staan. Iedereen zweeg.
Tot een man in een lange jurk zijn wandelstok in de lucht stak en onbedaarlijk begon te schreeuwen. Hij strompelde met een slepend been naar het bijna-zoenende stel. Wat hij zei had iets met Allah te maken.
Gepost op: 21:03 - 21-07-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (1) |
|
|