Maxime verhagen is ‘volledig onbetrouwbaar’. Dat zijn niet mijn woorden. Dat antwoord krijg ik als ik zijn naam uitspreek. Een slang. Glibberig mannetje. Zo’n achterbakse Limbo. Dat is best grappig. Al die mensen die buikpijn krijgen van het minderheidsgedoogkabinet (ook wel als bruin 1 aangeduid) hebben geen oordeel over Geert of Mark. Maar de naam van Maxime wordt uitgespuugd alsof het een visgraatje is dat achter in de keel zat. Allemaal imago.
Wouter had het imago te draaien. Daar is hij nooit vanaf gekomen. Balkenende was een sukkeltje. Femke het betweterige keffertje. Bolkestein de racist. Rita de ijzeren dame. Eenmaal een etiket, dan kom je er bijna niet meer van af. Dat geldt ook voor positieve imago’s.
Job Cohen had lange tijd een geweldig imago. Voor slechte zaken had hij een teflonlaagje. Er bleef niets aan hem plakken. Alles wat verkeerd ging, gleed net zo makkelijk weer van hem af. Hij was de vader die boven de partijen stond. De man met gezag. De man met het overzicht die de rust bewaarde. Hij was weliswaar een theedrinker, een papper en nathouder, maar dat vond hij zelf niet zo heel erg. Daartegenover zette hij grote woorden als betrouwbaar, groots, rustig. Hij was een staatsman.
Maar dat imago is aan flarden. Het begon met de zin: ‘we zijn allemaal amateurs’. Dat zei hij tegen een commissie die de gang van zaken van de Noordzuidlijn onderzocht. Vroeger gleed dat van hem af, maar nu bleef het hangen.
Toen hij lijsttrekker van de PvdA werd, was hij nog de verlosser. ‘We’ hadden onze eigen Obama. Job, de grote leider. In de peilingen schoot HIJ omhoog. Hij zou niet zomaar premier worden. Hij zou vader, zoon en de heilige geest ineen zijn.
Tja.
Job.
Hij zal nog vaak terugdenken aan dat imago. Nu vallen de woorden ‘grootste overschatte politicus’, een ‘stotteraar’, een ‘visieloze buikspreekpop’. Binnen enkele maanden is de verlosser de gevallen engel en gaan er geruchten dat Diederik Samsom de boel binnen nu en een paar weken overneemt.
Vraag die overblijft: was het dus alleen maar imago? Was Job Cohen wel zo’n fantastische burgemeester? Hield hij de boel wel bij elkaar? Als je het boek Job Cohen, burgemeester van Nederland, van Marcel Wiegman en Hugo Logtenberg, leest, weet je dat hij helemaal geen daadkrachtige bestuurder met visie was. Job was een tobber. Hij nam geen beslissingen. Hij deed maar wat.
Gisteren zei een PvdA’er tegen me: het doet pijn aan mijn ogen als ik hem zie. Ze had opgekeken tegen haar held. Ze had in HEM de redder gezien. Nu ziet ze ‘lucht’, ‘leegte’ en ‘lulligheid’.
Echte verlossers kregen ook veel te verstouwen. Maar dit gaat Job nooit meer recht breien. Hij glijdt onverbiddelijk verder naar beneden. Tot hij met een harde klap op de grond ligt.
Plof.
Job zal niet eens verbitterd zijn als hij in Huize Avondrood zijn laatste kopje thee drinkt. ‘Ik heb mezelf altijd vrij goed bij elkaar kunnen houden’, zegt hij dan in zijn laatste grote interview in 2030.
Gepost op: 13:34 - 10-08-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (9) |
|
|