Wil je wel of geen moskee? Het islamitisch centrum dat vlakbij ground zero in New York moet verschijnen, zet nogal wat mensen aan het denken. Som nuttig. Vaak ook absurdistisch. Zo werd mij de vraag gesteld: Ben je voor of tegen de moslims? En daaraan gekoppeld: waarom doe je toch niks aan Wilders?
Om niet te verzanden in complexe discussies (is het wel of niet een moskee?) even wat simpele meninkjes.
1) wie een moskee wil bouwen, bouwt zijn moskee maar. Er is geen overheidsgeld mee gemoeid, dus ga je goddelijke gang maar.
2) Geert Wilders mag naar Manhattan vliegen om tegen die ‘verschrikkelijke’ moskee te ageren. Natuurlijk.
Als ik echter bestuurder zou zijn van een islamitisch centrum dat ik ergens in new York wil neerzetten, dan zou ik even nadenken. Even rustig achterover hangen om mijn doelen met dat islamitisch centrum op een rijtje te zetten. Ga ik de (onbedoelde) provocatie aan door hem vlak bij Ground Zero te zetten of denk ik even na en zet ik hem een kilometer of drie verderop om allerlei open wonden van New Yorkers niet open te rijten. Het ligt simpelweg gevoelig. Dat is toch niet zo gek?
Je weet namelijk ook dat veel moslims in de wereld dit als overwinning zien. Je ziet de eerste de beste baard al juichend uit zijn grot komen. Je ziet Bin Laden al een cassettebandje volkletsen met de ‘eindoverwinning’. Maar ook in plekken als Ede, waar tijdens het ineenstorten van de Twin Towers Marokkaanse jongeren aan het dansen waren van vreugde, zul je eenzelfde reactie zien. En al die reacties worden uitgezonden op de televisie, waardoor dat ‘islamitisch centrum’ telkens negatief in het nieuws is. Telkens weer. Ik zou dat niet willen. Zeker niet, als je wilt aangeven dat je juist de gematigde moslim wilt aanspreken. Dan zet je je centrum ergens anders neer.
De vergelijkingen zijn al vaker gemaakt. Ze zijn allemaal krom. Maar het komt op hetzelfde neer.
- Je zet ook geen Duitse ambassade op de Waalsdorper vlakte
- Geen hoofdkantoor van BP op de stranden van Alabama
- Geen varkensfokkerij vlak naast een moskee.
Het mag wel. Maar het hoeft niet. Dat waren ook de woorden van de vader van Theo van Gogh: ‘Je mag het wel zeggen, maar je hoeft het niet zo te zeggen'. Dat zei hij tegen zijn zoon als deze weer op de meest vileine manier provoceerde. In feite is dat nu ook van toepassing. Provoceren: Het mag wel. Maar het hoeft niet.
Theo
Tja.
Als hij nu nog zou leven, zou hij in zijn geliefde New York leven. Met zijn zoon.
Gepost op: 16:11 - 13-08-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (37) |
|
|